1600 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Waren' in de Bijbel

Alzo dat de tovenaars voor Mozes niet staan konden, vanwege de zweren; want aan de tovenaars waren zweren, en aan al de Egyptenaren.

VersbegrippenPijn

Alleen in het land Gosen, waar de kinderen Israels waren, daar was geen hagel.

Maar de tarwe en de spelt werden niet geslagen; want zij waren bedekt.

VersbegrippenTe Laat Zijn

Want de HEERE verstokte het hart van Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israels najaagde; doch de kinderen Israels waren door een hoge hand uitgegaan.

VersbegrippenGepantserde HartenDurf, Voor MensenGevallen En Verlost HartStijfkoppige MensenGod Hardt De MensSterk Zijn

En zij zeiden tot Mozes: Hebt gij ons daarom, omdat er in Egypte gans geen graven waren, weggenomen, opdat wij in deze woestijn sterven zouden? Waarom hebt gij ons dat gedaan, dat gij ons uit Egypte gevoerd hebt?

VersbegrippenOntrouw Aan GodSterven In De WildernisMogelijke DoodWat Doe Jij?

En de kinderen Israels zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand.

VersbegrippenGods VoorzieningFiguurlijke Muren

Maar de kinderen Israels gingen op het droge, in het midden der zee; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand.

VersbegrippenHet Leven Van MozesFiguurlijke MurenDoor Water WandelenDroog Land

Toen kwamen zij te Elim, en daar waren twaalf waterfonteinen, en zeventig palmbomen; en zij legerden zich aldaar aan de wateren.

VersbegrippenPalmbomenNummer TwaalfRivieren En StromenBomenTwaalf DingenDe Jaren Zeventig

Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de ganse vergadering der kinderen Israels in de woestijn Sin, welke is tussen Elim en tussen Sinai, aan den vijftienden dag der tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren.

VersbegrippenWoestijen, SpecifiekMaand 2

En de kinderen Israels zeiden tot hen: Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand des HEEREN, toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Want gijlieden hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze ganse gemeente door den honger te doden.

VersbegrippenOndankbaarheidVleesZelfmedelijdenCynismeSterven In De WildernisVerlangen Naar De DoodOvervloed In EgypteGeen VoedselGod Zou Zijn Volk Kunnen DodenPotten Om Te Koken En Te EtenSterven In De WoestijnWeedKlagenHongerKookpot

Doch de handen van Mozes werden zwaar; daarom namen zij een steen, en legden dien onder hem, dat hij daarop zat; en Aaron en Hur onderstutten zijn handen, de een op deze, en ander op de andere zijde; alzo waren zijn handen gewis, totdat de zon onderging.

VersbegrippenZittenZonsondergangMensen Die NeerzittenAndere OndersteuningMoe

En het geschiedde op den derden dag, toen het morgen was, dat er op den berg donderen en bliksemen waren, en een zware wolk, en het geluid ener zeer sterke bazuin, zodat al het volk verschrikte, dat in het leger was.

VersbegrippenWolk Als Een PijlerBliksemSoorten MuziekinstrumentenTheofanieDonderBevende TroepenTrompetten Voor SignaleringZij Bang Van GodHet Laatste GeschalLeeuw Van De Stam Van JudaDonder Die Gods Aanwezigheid Aankondigt

Toen rukte het ganse volk de gouden oorsierselen af, die in hun oren waren; en zij brachten ze tot Aaron.

VersbegrippenMensen Die Andere Dingen Geven

En Mozes wendde zich om, en klom van den berg af, met de twee tafelen der getuigenis in zijn hand; deze tafelen waren op haar beide zijden beschreven, zij waren op de ene en op de andere zijde beschreven.

VersbegrippenMan Die TenondergaatTwee Stenen TablettenTweezijdig

En diezelfde tafelen waren Gods werk; het geschrift was ook Gods geschrift zelf, in de tafelen gegraveerd.

VersbegrippenVinger Van GodWet, De Tien GebodenGravureGod Schrijft Met Zijn Vinger

Toen zeide de HEERE tot Mozes: Houw u twee stenen tafelen, gelijk de eerste waren, zo zal Ik op de tafelen schrijven dezelfde woorden, die op de eerste tafelen geweest zijn, die gij gebroken hebt.

VersbegrippenVinger Van GodTweeWet, De Tien GebodenPolitieke LeidersGereedschapSchrijvenRotsen SplijtenSteenkappenItems In SteenTwee Stenen TablettenDe Tien Geboden OvertredenGod Schrijft Met Zijn Vinger

En het geschiedde, toen Mozes van den berg Sinai afging (de twee tafelen der getuigenis nu waren in de hand van Mozes, als hij van den berg afging), zo wist Mozes niet, dat het vel zijns aangezichts glinsterde, toen Hij met hem sprak.

VersbegrippenMetamorfoseVervoeringDe Betekenis Van MozesAura'sMan Die TenondergaatLicht Van Gods MensenTwee Stenen TablettenOnwetendheid Van Feiten

En alle vrouwen, die wijs van hart waren, sponnen met haar handen, en zij brachten het gesponnene, de hemelsblauwe zijde, en het purper, het scharlaken, en het fijn linnen.

VersbegrippenLinnenVaardigheidSpinnen En WevenRood MateriaalBlauwe DoekPaarse StofGeschoolde MensenBlauw-paars En ScharlakenWerkende Vrouwen

En zij waren van beneden als tweelingen samengevoegd, zij waren ook als tweelingen aan deszelfs oppereinde samengevoegd met een ring; alzo deed hij met die beide, aan de twee hoeken.

VersbegrippenVerdubbeld

Alzo waren er acht berderen met hun zilveren voeten, zijnde zestien voeten: twee voeten onder elk berd.

VersbegrippenAcht DingenZestien

En hij maakte daartoe vier pilaren van sittim hout, die hij overtrok met goud; hun haken waren van goud, en hij goot hun vier zilveren voeten.

VersbegrippenVier SteunenPijlers Voor Het TabernakelOmhuld In GoudStopcontactenGouden Voorwerpen Voor Het Tabernakel

En de vijf pilaren daarvan, en hun haken; en hij overtrok hun hoofden en derzelver banden met goud; en hun vijf voeten waren van koper.

VersbegrippenVijf DingenPijlers Voor Het TabernakelOmhuld In GoudStopcontactenGouden Voorwerpen Voor Het TabernakelBronzen Voorwerpen Voor De Tabernakel

En hij goot voor dezelve vier gouden ringen, aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op derzelver ene zijde waren, en twee ringen op haar andere zijde.

VersbegrippenVoetenVier SteunenGouden Voorwerpen Voor Het Tabernakel

En de cherubim waren de beide vleugelen omhoog uitbreidende, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten waren tegenover elkander; de aangezichten der cherubim waren naar het verzoendeksel.

VersbegrippenVleugelsDe Ark BedekkenConfrontatieEngelenvleugelsVerzoenend [Genadestoel]Cherubijn

Hij goot ook vier gouden ringen daaraan; en hij zette de ringen aan de vier hoeken, die aan derzelver vier voeten waren.

VersbegrippenVier Steunen

Tegenover de lijst waren de ringen tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel te dragen.

VersbegrippenDe Rand Van Andere Dingen

Hij maakte ook een kandelaar van louter goud. Van dicht werk maakte hij deze kandelaar, zijn schacht, en zijn rieten; zijn schaaltjes, zijn knopen, en zijn bloemen waren uit hem.

VersbegrippenEen Materiële ZaakGouden Voorwerpen Voor Het Tabernakel

In het ene riet waren drie schaaltjes, gelijk amandelnoten, een knoop en een bloem; en drie schaaltjes, gelijk amandelnoten in een ander riet, een knoop en een bloem; alzo waren die zes rieten, die uit den kandelaar gingen.

VersbegrippenAmandelenZes DingenDrie Andere Dingen

Maar aan den kandelaar zelven waren vier schaaltjes, gelijk amandelnoten, met zijn knopen, en met zijn bloemen.

VersbegrippenVier Schepen

Hun knopen en rieten waren uit hem; het was altemaal een enig dicht werk van louter goud.

VersbegrippenEen Materiële Zaak

En hij maakte hem zeven lampen; zijn snuiters en zijn blusvaten waren van louter goud.

VersbegrippenLampenZeven LichtenGouden Voorwerpen Voor Het Tabernakel

En hij maakte het reukaltaar van sittimhout; een el was zijn lengte en een el zijn breedte, vierkant, maar twee ellen zijn hoogte; uit hetzelve waren zijn hoornen.

VersbegrippenBreedteAltaar Van WierookVierkantenAfmetingen Van TempelmeubilairEen Materiële Zaak

En hij maakte deszelfs hoornen op zijn vier hoeken; uit hetzelve waren zijn hoornen; en hij overtrok het met koper.

VersbegrippenGebroken HorensVier HorensOmhuld In BronsEen Materiële Zaak

Hij maakte ook den voorhof, aan den zuidhoek zuidwaarts; de behangselen tot den voorhof waren van fijn getweernd linnen, van honderd ellen.

VersbegrippenLinnenLinnen Voorwerpen

Hun twintig pilaren en derzelver twintig voeten, waren van koper; de haken dezer pilaren en hun banden waren van zilver.

VersbegrippenTwintigBronzen Voorwerpen Voor De Tabernakel

En aan den noorderhoek honderd ellen, hun twintig pilaren en derzelver twintig voeten waren van koper; de haken der pilaren en derzelver banden waren van zilver.

VersbegrippenVakluiTwintigBronzen Voorwerpen Voor De Tabernakel

En aan den westerhoek waren behangselen van vijftig ellen, hun pilaren tien en derzelver voeten tien; de haken der pilaren en hun banden waren van zilver.

VersbegrippenTien DingenDe Westelijke Kant

En aan den oosterhoek tegen den opgang waren vijftig ellen.

De behangselen aan deze zijde waren vijftien ellen, derzelver pilaren drie en hun voeten drie.

VersbegrippenDrie Andere Dingen

En aan de andere zijde van de deur des voorhofs, van hier en van daar, waren behangselen van vijftien ellen; hun pilaren drie en derzelver voeten drie.

VersbegrippenDrie Andere Dingen

Al de behangselen des voorhofs waren rondom van fijn getweernd linnen.

VersbegrippenLinnen Voorwerpen

De voeten nu der pilaren waren van koper, de haken der pilaren, en hun banden waren van zilver, en het overdeksel hunner hoofden was van zilver, en al de pilaren des voorhofs waren met zilver omtogen.

VersbegrippenZilverOmhuld In ZilverBronzen Voorwerpen Voor De Tabernakel

En hun vier pilaren en derzelver vier voeten waren van koper, hun haken waren van zilver; ook was het overdeksel hunner hoofden en hun banden van zilver.

VersbegrippenVier SteunenPijlers Voor Het TabernakelOmhuld In ZilverBronzen Voorwerpen Voor De Tabernakel

En al de pennen des tabernakels en des voorhofs rondom waren van koper.

VersbegrippenTentenHakenBronzen Voorwerpen Voor De Tabernakel

En er waren honderd talenten zilver, om te gieten de voeten des heiligdoms, en de voeten des voorhangs; tot honderd voeten waren honderd talenten, een talent tot een voet.

VersbegrippenHonderdStopcontacten

Zij maakten ook ambtsklederen, om in het heilige te dienen, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken; ook maakten zij de heilige klederen, die voor Aaron waren, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.

VersbegrippenKledingDoekHeiligdomAaron, Als HogepriesterRood MateriaalBlauwe DoekPaarse StofKledij Van PriestersBlauw-paars En Scharlaken

Deze stenen nu, met de namen der zonen van Israel, waren twaalf, met hun namen, met zegelgravering; ieder met zijn naam, naar de twaalf stammen.

VersbegrippenZegelsGravureTwaalf StammenTwaalf Dingen

Daarna nam Mozes ze uit hun handen, en stak ze aan op het altaar, op het brandoffer; zij waren vulofferen tot een liefelijken reuk; het was een vuuroffer den HEERE.

VersbegrippenOpgefriste God

En de HEERE sprak tot Mozes, nadat de twee zonen van Aaron gestorven waren, als zij genaderd waren voor het aangezicht des HEEREN, en gestorven waren;

VersbegrippenDood Als Straf

Dezen waren de geroepenen der vergadering, de oversten der stammen hunner vaderen; zij waren de hoofden der duizenden van Israel.

VersbegrippenMannen

Zo waren de zonen van Ruben, den eerstgeborene van Israel, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, hoofd voor hoofd, al wat mannelijk was, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken;

VersbegrippenEerstgeboren Zonen

Hun getelden van den stam van Ruben waren zes en veertig duizend en vijfhonderd.

VersbegrippenVeertig Duizend En Meer

Hun getelden van den stam van Simeon waren negen en vijftig duizend en driehonderd.

VersbegrippenVijftig Tot Negentig Duizend

Waren hun getelden van den stam van Gad vijf en veertig duizend zeshonderd en vijftig.

VersbegrippenVeertig Duizend En Meer

Waren hun getelden van den stam van Juda vier en zeventig duizend en zeshonderd.

VersbegrippenVijftig Tot Negentig Duizend

Waren hun getelden van den stam van Issaschar vier en vijftig duizend en vierhonderd.

VersbegrippenVijftig Tot Negentig Duizend

Waren hun getelden van den stam van Zebulon zeven en vijftig duizend en vierhonderd.

VersbegrippenVijftig Tot Negentig Duizend

Waren hun getelden van den stam van Efraim veertig duizend en vijfhonderd;

VersbegrippenVeertig Duizend En Meer

Waren hun getelden van den stam van Manasse twee en dertig duizend en tweehonderd.

VersbegrippenDertigduizend En Meer

Waren hun getelden van den stam van Benjamin vijf en dertig duizend en vierhonderd.

VersbegrippenDertigduizend En Meer

Waren hun getelden van den stam van Dan twee en zestig duizend en zevenhonderd.

VersbegrippenVijftig Tot Negentig Duizend

Waren hun getelden van den stam van Aser een en veertig duizend en vijfhonderd.

VersbegrippenVeertig Duizend En Meer

Waren hun getelden van den stam van Nafthali drie en vijftig duizend en vierhonderd.

VersbegrippenVijftig Tot Negentig Duizend

Dezen zijn de getelden, welke Mozes geteld heeft, en Aaron, en de oversten van Israel; twaalf mannen waren zij, elk over het huis zijner vaderen.

VersbegrippenTwaalf Wezens

Alzo waren al de getelden der zonen van Israel, naar het huis hunner vaderen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die in Israel ten heire uittrokken,

VersbegrippenLegerdienstMiddelbare LeeftijdLeger

Al de getelden dan waren zeshonderd drie duizend vijfhonderd en vijftig.

VersbegrippenDrie- Tot Negenhonderd Duizend

Zijn heir nu, en zijn getelden waren vier en zeventig duizend en zeshonderd.

VersbegrippenVijftig Tot Negentig Duizend

Zijn heir nu, en zijn getelden waren vier en vijftig duizend en vierhonderd.

VersbegrippenVijftig Tot Negentig DuizendVerdeling

Zijn heir nu, en zijn getelden waren zeven en vijftig duizend en vierhonderd.

VersbegrippenVijftig Tot Negentig Duizend

Al de getelden des legers van Juda waren honderd zes en tachtig duizend en vierhonderd, naar hun heiren. Zij zullen vooraan optrekken.

VersbegrippenEerst ZijnHonderdduizend En MeerEerste Om Te Vechten

Zijn heir nu, en zijn getelden waren zes en veertig duizend en vijfhonderd.

VersbegrippenVeertig Duizend En Meer

Zijn heir nu, en zijn getelden waren negen en vijftig duizend en driehonderd.

VersbegrippenVijftig Tot Negentig DuizendVerdeling

Zijn heir nu, en zijn getelden waren vijf en veertig duizend zeshonderd en vijftig.

VersbegrippenVeertig Duizend En Meer

Al de getelden in het leger van Ruben waren honderd een en vijftig duizend vierhonderd en vijftig; naar hun heiren. En zij zullen de tweede optrekken.

VersbegrippenHonderdduizend En MeerTweede DingDood Van Andere Groepen

Zijn heir nu, en zijn getelden waren veertig duizend en vijfhonderd.

VersbegrippenVeertig Duizend En Meer

Zijn heir nu, en zijn getelden waren twee en dertig duizend en tweehonderd.

VersbegrippenDertigduizend En Meer

Zijn heir nu, en zijn getelden waren vijf en dertig duizend en vierhonderd.

VersbegrippenDertigduizend En MeerVerdeling

Al de getelden in het leger van Efraim waren honderd acht duizend en eenhonderd, naar hun heiren. En zij zullen de derde optrekken.

VersbegrippenHonderdduizend En MeerDerde Persoon

Zijn heir nu, en zijn getelden waren twee en zestig duizend en zevenhonderd.

VersbegrippenVijftig Tot Negentig Duizend

Zijn heir nu, en zijn getelden waren een en veertig duizend en vijfhonderd.

VersbegrippenVeertig Duizend En Meer

Zijn heir nu, en zijn getelden waren drie en vijftig duizend en vierhonderd.

VersbegrippenVijftig Tot Negentig Duizend

Al de getelden in het leger van Dan waren honderd zeven en vijftig duizend en zeshonderd. In het achterste zullen zij optrekken, naar hun banieren.

VersbegrippenHonderdduizend En MeerDe Laatsten

Dezen zijn de getelden van de kinderen Israels, naar het huis hunner vaderen; al de getelden der legers, naar hun heiren waren, zeshonderd drie duizend vijfhonderd en vijftig.

VersbegrippenDrie- Tot Negenhonderd Duizend

Dit zijn de namen der zonen van Aaron, der priesteren, die gezalfd waren, welker hand men gevuld had, om het priesterambt te bedienen.

VersbegrippenWijdingHet Instituut Priesters In De Tijd Van OTInwijdingZalving Priesters

Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.

Hun getelden in getal waren van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven; hun getelden waren zeven duizend en vijfhonderd.

VersbegrippenZevenduizendLeeftijdscategorieën Van LevietenLevieten Tellen

In getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren acht duizend en zeshonderd, waarnemende de wacht des heiligdoms.

VersbegrippenAcht DuizendLeeftijdscategorieën Van LevietenLevieten Tellen

En hun getelden in getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren zes duizend en tweehonderd.

VersbegrippenZesduizendLeeftijdscategorieën Van LevietenLevieten Tellen

Alle getelden der Levieten, welke Mozes en Aaron, op het bevel des HEEREN, naar hun geslachten, geteld hebben, al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren twee en twintig duizend.

VersbegrippenTwintigduizend En MeerLeeftijdscategorieën Van LevietenLevieten Tellen

En alle eerstgeborenen, die mannelijk waren, in het getal der namen, van een maand oud en daarboven, naar hun getelden, waren twee en twintig duizend tweehonderd en drie en zeventig.

VersbegrippenTwintigduizend En Meer

Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, twee duizend zevenhonderd en vijftig.

VersbegrippenTweeduizend

Hun getelden waren, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, twee duizend zeshonderd en dertig.

VersbegrippenTweeduizend

Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, drie duizend en tweehonderd.

VersbegrippenDrieduizend En Meer

Hun getelden waren acht duizend vijfhonderd en tachtig.

VersbegrippenAcht Duizend

Men telde hen, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes, een ieder naar zijn dienst, en naar zijn last; en zijn getelden waren, die de HEERE Mozes geboden had.

VersbegrippenLevieten TellenOpdracht

Dat de oversten van Israel, de hoofden van het huis hunner vaderen, offerden; deze waren de oversten der stammen, die over de getelden stonden.

VersbegrippenGraad

En zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

VersbegrippenBezittingen GevenOlieSchalenOlie Op OffersAanbieden Van Granen En PlengoffersJuiste Maatregelen

Hij offerde zijn offerande: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

VersbegrippenSchalenOlie Op OffersAanbieden Van Granen En PlengoffersJuiste Maatregelen

Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

VersbegrippenSchalenOlie Op OffersAanbieden Van Granen En PlengoffersJuiste Maatregelen

Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

VersbegrippenSchalenOlie Op OffersAanbieden Van Granen En PlengoffersJuiste Maatregelen

Public domain