'Daar' in de Bijbel
Want wie veracht den dag der kleine dingen? daar zich toch die zeven verblijden zullen, als zij het tinnen gewicht zullen zien in de hand van Zerubbabel; dat zijn de ogen des HEEREN, die het ganse land doortrekken.
En Hij zeide tot mij: Om haar een huis te bouwen in het land Sinear; dat zij daar gevestigd en gesteld worde op haar grondvesting.
En de Engel antwoordde, en zeide tot mij: Deze zijn de vier winden des hemels, uitgaande van daar zij stonden voor den Heere der ganse aarde.
Of als gij at, en als gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt?
U ook aangaande, o Sion! door het bloed uws verbonds, heb Ik uw gebondenen uit den kuil, daar geen water in is, uitgelaten.
Keert gijlieden weder tot de sterkte, gij gebondenen, die daar hoopt! ook heden verkondig Ik, dat Ik u dubbel zal wedergeven;
En dit zal de plage zijn, waarmede de HEERE al de volken plagen zal, die tegen Jeruzalem krijg gevoerd zullen hebben: Hij zal een iegelijks vlees, daar hij op zijn voeten staat, doen uitteren; en een iegelijks ogen zullen uitteren in hun holen; een eens iegelijks tong zal in hun mond uitteren.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (58)
- Exodus (19)
- Leviticus (5)
- Numberi (27)
- Deuteronomium (15)
- Jozua (17)
- Richteren (20)
- Ruth (2)
- 1 Samuël (31)
- 2 Samuël (15)
- 1 Koningen (26)
- 2 Koningen (26)
- 1 Kronieken (20)
- 2 Kronieken (22)
- Ezra (2)
- Nehemia (8)
- Esther (1)
- Job (14)
- Psalmen (18)
- Spreuken (5)
- Prediker (8)
- Hooglied (4)
- Jesaja (35)
- Jeremia (42)
- Klaagliederen (1)
- Ezechiël (40)
- Daniël (5)
- Hosea (5)
- Amos (8)
- Obadja (2)
- Micha (2)
- Nahum (1)
- Zacharia (7)
- Maleachi (1)