14 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Daar' in de Bijbel

Daar houden de bozen op van beroering, en daar rusten de vermoeiden van kracht;

VersbegrippenEeuwige RustRusteloosheidGevolgen Van Dood Van De HeiligenGeen ProblemenRustMoe

Daar zijn de gebondenen te zamen in rust; zij horen de stem des drijvers niet.

VersbegrippenGeen Problemen

De kleine en de grote is daar; en de knecht vrij van zijn heer.

VersbegrippenGroot En KleinDood Is UniverseelMensen Die Slaven Bevrijden

Daar toch geen wrevel in mijn handen is, en mijn gebed zuiver is.

VersbegrippenVrij Van GeweldPure MensenZuiverheid

Deze sterft in de kracht zijner volkomenheid, daar hij gans stil en gerust was;

VersbegrippenPlotselinge DoodDood Is Universeel

Daar zou de oprechte met Hem pleiten; en ik zou mij in eeuwigheid van mijn Rechter vrijmaken.

VersbegrippenOntspannenVrijspreken Van De Rechtvaardigen

Breekt er een beek door, bij dengene, die daar woont, de wateren vergeten zijnde van den voet, worden van den mens uitgeput, en gaan weg.

VersbegrippenVoetenSwingend

Daar roepen zij; maar Hij antwoordt niet, vanwege den hoogmoed der bozen.

VersbegrippenArrogantie Kenmerkt De GoddelozenGod Die Niet AntwoordtArrogantie

Hij onttrekt Zijn ogen niet van den rechtvaardige, maar met de koningen zijn zij in den troon; daar zet Hij hen voor altoos, en zij worden verheven.

VersbegrippenDe RechtvaardigenGod Ziet De RechtvaardigenMensen Van Het Koninkrijk

Waar is de weg, daar het licht woont? En de duisternis, waar is haar plaats?

VersbegrippenNatuurlijke Duisternis

Waar is de weg, daar het licht verdeeld wordt, en de oostenwind zich verstrooit op de aarde?

VersbegrippenBliksemVanuit Het OostenRichtingDe Oostenwind

Is het naar uw bevel, dat de arend zich omhoog verheft, en dat hij zijn nest in de hoogte maakt? [ (Job 39:31) Hij woont en vernacht in de steenrots, op de scherpte der steenrots en der vaste plaats. ] [ (Job 39:32) Van daar speurt hij de spijze op; zijn ogen zien van verre af. ] [ (Job 39:33) Ook zuipen zijn jongen bloed; en waar verslagenen zijn, daar is hij. ] [ (Job 39:34) En de HEERE antwoordde Job, en zeide: ] [ (Job 39:35) Is het twisten met den Almachtige onderrichten? Wie God bestraft, die antwoorde daarop. ] [ (Job 39:36) Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide: ] [ (Job 39:37) Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond. ] [ (Job 39:38) Eenmaal heb ik gesproken, maar zal niet antwoorden; of tweemaal, maar zal niet voortvaren. ]

VersbegrippenBloed DrinkenLijken Eten

Het een is zo na aan het andere, dat de wind daar niet kan tussen komen.

VersbegrippenScherp GereedschapKwetsbaarheid

Public domain