'Gans' in de Bijbel
Zo toog de koning Joram ter zelfder tijd uit Samaria, en monsterde gans Israel.
Alzo maakte Jehu, de zoon van Josafat, den zoon van Nimsi, een verbintenis tegen Joram. (Joram nu had Ramoth in Gilead bewaard, hij en gans Israel, uit oorzake van Hazael, den koning van Syrie;
Doch zij vreesden gans zeer, en zeiden: Ziet, twee koningen bestonden niet voor zijn aangezicht, hoe zouden wij dan bestaan?
Och, HEERE, gedenk toch, dat ik voor Uw aangezicht in waarheid en met een volkomen hart gewandeld, en wat goed in Uw ogen is, gedaan heb. En Hizkia weende gans zeer.
En hij voerde gans Jeruzalem weg, mitsgaders al de vorsten, en alle strijdbare helden, tien duizend gevangen, en alle timmerlieden en smeden; niemand werd overgelaten, dan het arme volk des lands.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (17)
- Exodus (4)
- Leviticus (3)
- Deuteronomium (15)
- Jozua (17)
- Richteren (4)
- 1 Samuël (15)
- 2 Samuël (22)
- 1 Koningen (14)
- 2 Koningen (5)
- 1 Kronieken (17)
- 2 Kronieken (29)
- Ezra (5)
- Nehemia (5)
- Job (3)
- Psalmen (7)
- Spreuken (3)
- Hooglied (1)
- Jesaja (11)
- Jeremia (15)
- Ezechiël (7)
- Daniël (1)
- Hosea (1)
- Micha (1)
- Nahum (2)
- Habakuk (1)
- Zefanja (1)
- Maleachi (1)