5 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Schoon' in de Bijbel

Zo waart gij versierd met goud en zilver, en uw kleding was fijn linnen, en zijde, en gestikt werk; gij at meelbloem, en honig, en olie, en gij waart gans zeer schoon, en waart voorspoedig, dat gij een koninkrijk werdt.

VersbegrippenVoedselVersiering Van VrouwenGoudKoninginnenZilverHoningVoorspoedOlijfolieKoningshuisGedijen

Zie, Assur was een ceder op den Libanon, schoon van takken, schaduwachtig van loof, en hoog van stam, en zijn top was tussen dichte takken.

VersbegrippenSoorten TakkenCederVoorbeelden Van TrotsBomenHoge Dingen

Alzo was hij schoon in zijn grootheid en in de lengte zijner takken, omdat zijn wortel aan grote wateren was.

VersbegrippenWater Voor PlantenSchoonheid Van DingenGrootsheid

Ik had hem zo schoon gemaakt door de veelheid zijner takken, dat alle bomen van Eden, die in Gods hof waren, hem benijdden.

VersbegrippenMooiDe Tuin Van EdenEden

En ziet, gij zijt hun als een lied der minnen, als een, die schoon van stem is, of die wel speelt; daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet.

VersbegrippenLuisterenLiederenSpirituele DoofheidVoorspellenOppervlakkigheidOefeningVooruitgang

Public domain