'Ten' in de Bijbel
En enige godvruchtige mannen droegen Stefanus te zamen ten grave en maakten groten rouw over hem.
Maar Petrus zeide tot hem: Uw geld zij met u ten verderve, omdat gij gemeend hebt, dat de gave Gods door geld verkregen wordt!
En een stem geschiedde wederom ten tweeden male tot hem: Hetgeen God gereinigd heeft, zult gij niet gemeen maken.
Dezen heeft God opgewekt ten derden dage, en gegeven, dat Hij openbaar zou worden;
Doch de stem antwoordde mij ten tweeden male uit den hemel: Hetgeen God gereinigd heeft, zult gij niet gemeen maken.
En als zij dit hoorden, waren zij tevreden, en verheerlijkten God, zeggende: Zo heeft dan God ook den heidenen de bekering gegeven ten leven!
En naardat een iegelijk der discipelen vermocht, besloot elk van hen iets te zenden ten dienste der broederen, die in Judea woonden.
En wij zijn niet alleen in gevaar, dat dit deel in verachting kome, maar dat ook de tempel van de grote godin Diana als niets geacht zal worden, en dat ook haar majesteit zal ten ondergaan, aan welke gans Azie en de gehele wereld godsdienst bewijst.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (45)
- Exodus (17)
- Leviticus (51)
- Numberi (138)
- Deuteronomium (35)
- Jozua (27)
- Richteren (19)
- Ruth (1)
- 1 Samuël (29)
- 2 Samuël (30)
- 1 Koningen (20)
- 2 Koningen (12)
- 1 Kronieken (31)
- 2 Kronieken (27)
- Ezra (10)
- Nehemia (15)
- Esther (7)
- Job (12)
- Psalmen (43)
- Spreuken (15)
- Prediker (2)
- Hooglied (1)
- Jesaja (36)
- Jeremia (65)
- Klaagliederen (4)
- Ezechiël (54)
- Daniël (12)
- Hosea (6)
- Joël (1)
- Amos (3)
- Obadja (5)
- Jona (1)
- Micha (3)
- Nahum (1)
- Habakuk (2)
- Zefanja (5)
- Zacharia (10)
- Maleachi (1)