'Tijd' in de Bijbel
Allen tijd in mijn gebeden biddende, of mogelijk mij nog te eniger tijd goede gelegenheid gegeven werd, door den wil van God, om tot ulieden te komen.
Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.
Want Christus, als wij nog krachteloos waren, is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven.
Weet gij niet, broeders! (want ik spreek tot degenen, die de wet verstaan) dat de wet heerst over den mens, zo langen tijd als hij leeft?
Want dit is het woord der beloftenis: Omtrent dezen tijd zal Ik komen, en Sara zal een zoon hebben.
Alzo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade.
Dat hun ogen verduisterd worden, om niet te zien; en verkrom hun rug allen tijd.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (8)
- Exodus (6)
- Leviticus (3)
- Numberi (7)
- Deuteronomium (19)
- Jozua (6)
- Richteren (11)
- 1 Samuël (7)
- 2 Samuël (2)
- 1 Koningen (8)
- 2 Koningen (12)
- 1 Kronieken (4)
- 2 Kronieken (14)
- Ezra (7)
- Nehemia (5)
- Esther (4)
- Job (9)
- Psalmen (19)
- Spreuken (5)
- Prediker (18)
- Jesaja (10)
- Jeremia (25)
- Klaagliederen (1)
- Ezechiël (10)
- Daniël (23)
- Hosea (3)
- Joël (1)
- Amos (1)
- Micha (3)
- Habakuk (1)
- Zefanja (1)
- Mattheüs (16)
- Markus (10)
- Lukas (22)
- Johannes (15)
- Handelingen (26)
- Romeinen (7)
- 1 Corinthiërs (7)
- 2 Corinthiër (5)
- Galaten (5)
- Efeziërs (4)
- Filippenzen (4)
- Colossenzen (1)
- 1 Thessalonicenzen (3)
- 2 Thessalonicenzen (3)
- 1 Timotheüs (2)
- 2 Timotheüs (3)
- Titus (1)
- Filémon (1)
- Hebreeën (13)
- 1 Petrus (7)
- Judas (1)
- Openbaring (9)