'Werk' in de Bijbel
Hebt Gij niet een betuining gemaakt voor hem, en voor zijn huis, en voor al wat hij heeft rondom? Het werk zijner handen hebt Gij gezegend, en zijn vee is in menigte uitgebroken in den lande.
Dat Gij zoudt roepen, en ik U zou antwoorden, dat Gij tot het werk Uwer handen zoudt begerig zijn.
Ziet, zij zijn woudezels in de woestijn; zij gaan uit tot hun werk, makende zich vroeg op ten roof; het vlakke veld is hem tot spijs, en den jongeren.
Opdat Hij den mens afwende van zijn werk, en van den man de hovaardij verberge;
Want naar het werk des mensen vergeldt Hij hem, en naar eens ieders weg doet Hij het hem vinden.
Hoe dan tot Dien, Die het aangezicht der vorsten niet aanneemt, en den rijke voor den arme niet kent? Want zij zijn allen Zijner handen werk.
Dan geeft Hij hun hun werk te kennen, en hun overtredingen, omdat zij de overhand genomen hebben;
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (5)
- Exodus (54)
- Leviticus (8)
- Numberi (5)
- Deuteronomium (15)
- Jozua (1)
- Richteren (5)
- 1 Samuël (1)
- 1 Koningen (13)
- 2 Koningen (7)
- 1 Kronieken (18)
- 2 Kronieken (20)
- Ezra (5)
- Nehemia (18)
- Esther (2)
- Job (8)
- Psalmen (18)
- Spreuken (11)
- Prediker (13)
- Hooglied (1)
- Jesaja (19)
- Jeremia (16)
- Klaagliederen (2)
- Ezechiël (8)
- Daniël (1)
- Hosea (1)
- Jona (1)
- Micha (2)
- Habakuk (3)