'Werk' in de Bijbel
Het werk des rechtvaardigen is ten leven; de inkomst des goddelozen is ter zonde.
De goddeloze doet een vals werk; maar voor degene, die gerechtigheid zaait, is trouwe loon.
Een rechte waag en weegschaal zijn des HEEREN; alle weegstenen des zaks zijn Zijn werk.
Ook die zich slap aanstelt in zijn werk, die is een broeder van een doorbrenger.
Een jongen zal ook door zijn handelingen zich bekend maken, of zijn werk zuiver, en of het recht zal wezen.
De weg des mensen is gans verkeerd en vreemd; maar het werk des zuiveren is recht.
Die een hovaardig pocher is, zijn naam is spotter; hij gaat met hovaardige verbolgenheid te werk.
Hebt gij een man gezien, die vaardig in zijn werk is? Hij zal voor het aangezicht der koningen gesteld worden; voor het aangezicht der ongeachte lieden zal hij niet gesteld worden.
Wanneer gij zegt: Ziet, wij weten dat niet; zal Hij, Die de harten weegt, dat niet merken? En Die uwe ziel gadeslaat, zal Hij het niet weten? Want Hij zal den mens vergelden naar zijn werk.
Beschik uw werk daarbuiten, en bereid het voor u op den akker, en bouw daarna uw huis.
Zeg niet: Gelijk als hij mij gedaan heeft, zo zal ik hem doen; ik zal een ieder vergelden naar zijn werk.
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (5)
- Exodus (54)
- Leviticus (8)
- Numberi (5)
- Deuteronomium (15)
- Jozua (1)
- Richteren (5)
- 1 Samuël (1)
- 1 Koningen (13)
- 2 Koningen (7)
- 1 Kronieken (18)
- 2 Kronieken (20)
- Ezra (5)
- Nehemia (18)
- Esther (2)
- Job (8)
- Psalmen (18)
- Spreuken (11)
- Prediker (13)
- Hooglied (1)
- Jesaja (19)
- Jeremia (16)
- Klaagliederen (2)
- Ezechiël (8)
- Daniël (1)
- Hosea (1)
- Jona (1)
- Micha (2)
- Habakuk (3)