'Zag' in de Bijbel
Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!
Jezus zag Nathanael tot Zich komen, en zeide tot hem: Zie, waarlijk een Israeliet, in welken geen bedrog is.
Nathanael zeide tot Hem: Van waar kent Gij mij? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Eer u Filippus riep, daar gij onder den vijgeboom waart, zag Ik u.
Jezus antwoordde en zeide tot hem: Omdat Ik u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgeboom, zo gelooft gij; gij zult grotere dingen zien dan deze. [ (John 1:52) En Hij zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Van nu aan zult gij den hemel zien geopend, en de engelen Gods opklimmende en nederdalende op den Zoon des mensen. ]
Toen dan de schare zag, dat Jezus aldaar niet was, noch Zijn discipelen, zo gingen zij ook in de schepen, en kwamen te Kapernaum, zoekende Jezus.
En voorbijgaande, zag Hij een mens, blind van de geboorte af.
Maria dan, als zij kwam, waar Jezus was, en Hem zag, viel aan Zijn voeten, zeggende tot Hem: Heere, indien Gij hier geweest waart, zo ware mijn broeder niet gestorven.
Jezus dan, als Hij haar zag wenen, en de Joden, die met haar kwamen, ook wenen, werd zeer bewogen in den geest, en ontroerde Zichzelven;
Dit zeide Jesaja, toen hij Zijn heerlijkheid zag, en van Hem sprak.
En op den eersten dag der week ging Maria Magdalena vroeg, als het nog duister was, naar het graf; en zag den steen van het graf weggenomen.
En als hij nederbukte, zag hij de doeken liggen; nochtans ging hij er niet in.
Simon Petrus dan kwam en volgde hem, en ging in het graf, en zag de doeken liggen.
En den zweetdoek, die op Zijn hoofd geweest was, zag hij niet bij de doeken liggen, maar in het bijzonder in een andere plaats samengerold.
Toen ging dan ook de andere discipel er in, die eerst tot het graf gekomen was, en zag het, en geloofde.
En zag twee engelen in witte klederen zitten, een aan het hoofd, en een aan de voeten, waar het lichaam van Jezus gelegen had.
En als zij dit gezegd had, keerde zij zich achterwaarts, en zag Jezus staan, en zij wist niet, dat het Jezus was.
En Petrus, zich omkerende, zag den discipel volgen, welken Jezus liefhad, die ook in het avondmaal op Zijn borst gevallen was, en gezegd had: Heere! wie is het, die U verraden zal?
Als Petrus dezen zag, zeide hij tot Jezus: Heere, maar wat zal deze?
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (60)
- Exodus (21)
- Leviticus (1)
- Numberi (14)
- Deuteronomium (3)
- Jozua (3)
- Richteren (11)
- Ruth (2)
- 1 Samuël (19)
- 2 Samuël (18)
- 1 Koningen (11)
- 2 Koningen (17)
- 1 Kronieken (8)
- 2 Kronieken (8)
- Nehemia (3)
- Esther (4)
- Job (6)
- Psalmen (3)
- Spreuken (2)
- Prediker (10)
- Jesaja (7)
- Jeremia (8)
- Ezechiël (30)
- Daniël (22)
- Hosea (2)
- Amos (1)
- Jona (2)
- Habakuk (2)
- Zacharia (6)