1069 gebeurtenissen

'Gods' in de Bijbel

Deze Ezra toog op uit Babel; en hij was een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes, die de HEERE, de God Israels, gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand des HEEREN, zijns Gods, over hem, al zijn verzoek.

VersbegrippenTerugkeer Van BabylonAan Anderen GevenHand Van GodDe Functie Van Priesters In De Tijd Van OTSchriftgeleerdenGods HandGeleerdenGods Handen Op MensenDe Wet Bestuderen

Want op den eersten der eerste maand was het begin des optochts uit Babel, en op den eersten der vijfde maand kwam hij te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem.

VersbegrippenTerugkeer Van BabylonReisHand Van GodGods HandMaand 5Gods Handen Op Mensen

Dewijl gij van voor den koning en zijn zeven raadsheren gezonden zijt, om onderzoek te doen in Judea, en te Jeruzalem, naar de wet uws Gods, die in uw hand is;

VersbegrippenZeven MensenVrijwilligerswerk

Mitsgaders al het zilver en goud, dat gij vinden zult in het ganse landschap van Babel, met de vrijwillige gave des volks en der priesteren, die vrijwilliglijk geven, ten huize huns Gods, dat te Jeruzalem is;

VersbegrippenOffer Uit Vrije Wil

Daartoe, wat u en uw broederen goeddunken zal, met het overige zilver en goud te doen, zult gijlieden doen naar het welgevallen uws Gods.

VersbegrippenNood Aan Gods BegeleidingGoede Activiteit

En geef de vaten, die u gegeven zijn tot den dienst van het huis uws Gods, weder voor den God van Jeruzalem.

VersbegrippenVerwijderd Tempelgereedschap

Het overige nu, dat van node zal zijn voor het huis uws Gods, dat u voorvallen zal uit te geven, zult gij geven uit het schathuis des konings.

VersbegrippenOneindig

Ook laten wij ulieden weten, aangaande alle priesteren en Levieten, zangers, poortiers, Nethinim en dienaars van het huis dezes Gods, dat men den cijns, ouden impost en tol hun niet zal vermogen op te leggen.

VersbegrippenPoortwachtersEerbetoonDe Aard Van Menselijke AutoriteitZangersTempelassistenten

En gij, Ezra, naar de wijsheid uws Gods, die in uw hand is, stel regeerders en richters, die al het volk richten, dat aan gene zijde der rivier is, allen, die de wetten Gods weten, en die ze niet weet, zult gijlieden die bekend maken.

VersbegrippenDe Wijsheid Van GodRechtersMagistratenVoorbij De RivierDe Weg Van God Onderwijzen

En al wie de wet uws Gods en de wet des konings niet zal doen, over dien laat spoediglijk recht worden gedaan, hetzij ter dood, of tot uitbanning, of tot boete van goederen, of tot de banden.

VersbegrippenMisdadigersBurgerlijke AutoriteitenVerbanningOverheidBurgerplichtenGevangenschapTrouwGevangenenDe Legale Aspecten Van BestraffingMagistratenBurgerschapConfiscatieAnarchieRechterlijke StrafGods Wet Breken

En heeft tot mij weldadigheid geneigd, voor het aangezicht des konings en zijner raadsheren, en aller geweldige vorsten des konings! Zo heb ik mij gesterkt, naar de hand des HEEREN, mijns Gods, over mij, en de hoofden uit Israel vergaderd, om met mij op te trekken.

VersbegrippenGods HandGods Handen Op Mensen

En ik gaf hun bevel aan Iddo, het hoofd in de plaats Chasifja; en ik legde de woorden in hun mond, om te zeggen tot Iddo, zijn broeder, en de Nethinim, in de plaats Chasifja, dat zij ons brachten dienaars voor het huis onzes Gods.

VersbegrippenTempelassistenten

En zij brachten ons, naar de goede hand onzes Gods over ons, een man van verstand, van de kinderen van Mahli, den zoon van Levi, den zoon van Israel; namelijk Serebja, met zijn zonen en broederen, achttien;

VersbegrippenHand Van GodGods HandAchttienGods Handen Op Mensen

Toen riep ik aldaar een vasten uit aan de rivier Ahava, opdat wij ons verootmoedigden voor het aangezicht onzes Gods, om van Hem te verzoeken een rechten weg, voor ons, en voor onze kinderkens, en voor al onze have.

VersbegrippenRedenen Voor VastenDe Praktijk Van VastenHoudingen Van NederigheidReisVoorbeelden Van BerouwRivieren En StromenLeerbaarheidKanalenZich VernederenVastenVasten En Bidden

Want ik schaamde mij van den koning een heir en ruiters te begeren, om ons te helpen van den vijand, op den weg; omdat wij tot den koning hadden gesproken, zeggende: De hand onzes Gods is ten goede over allen, die Hem zoeken, maar Zijn sterkte en Zijn toorn over allen, die Hem verlaten.

VersbegrippenGod VerzakenGenade In OTHet Gevolg Van De Afwijzing Van GodWegenGods HandGevolgen Van Het Verzaken Van GodGods Handen Op MensenSchaamte Is Aangekomen

En ik woog hun toe het zilver, en het goud, en de vaten, zijnde de offering van het huis onzes Gods die de koning en zijn raadsheren, en zijn vorsten, en gans Israel, die er gevonden werden, geofferd hadden;

VersbegrippenWegen

Toen ontvingen de priesters en de Levieten het gewicht des zilvers en des gouds, en der vaten, om te brengen te Jeruzalem, ten huize onzes Gods.

Alzo verreisden wij van de rivier Ahava, op den twaalfden der eerste maand, om te gaan naar Jeruzalem; en de hand onzes Gods was over ons, en redde ons van de hand des vijands, en desgenen, die ons lagen legde op den weg.

VersbegrippenWoonwagensHand Van GodWegenVoorbeelden Van Goddelijke BeschermingGods HandGod Redt Van De VijandenGods Handen Op MensenVijandelijke Aanvallen

Op den vierden dag nu werd gewogen het zilver, en het goud, en de vaten, in het huis onzes Gods, aan de hand van Meremoth, den zoon van Uria, den priester, en met hem Eleazar, de zoon van Pinehas; en met hem Jozabad, de zoon van Jesua, en Noadja, de zoon van Binnui, de Levieten.

VersbegrippenDe Vierde Dag Van De WeekDag 4

Daarna gaven zij de wetten des konings aan des konings stadhouders en landvoogden aan deze zijde der rivier; en zij bevorderden het volk en het huis Gods.

VersbegrippenBestuurdersVoorbij De Rivier

Want wij zijn knechten; doch in onze dienstbaarheid heeft ons onze God niet verlaten; maar Hij heeft weldadigheid tot ons geneigd voor het aangezicht der koningen van Perzie, dat Hij ons een weinig levens gave, om het huis onzes Gods te verhogen, en de woestigheden van hetzelve op te richten, en om ons een tuin te geven in Juda en te Jeruzalem.

VersbegrippenVriendelijkheidOnvriendelijkMurenArcheologieGod Die Niet VerzaaktGroepen Van SlavenSlavernijWederopleving

Als Ezra alzo bad, en als hij deze belijdenis deed, wenende en zich voor Gods huis nederwerpende, verzamelde zich tot hem uit Israel een zeer grote gemeente van mannen, en vrouwen, en kinderen; want het volk weende met groot geween.

VersbegrippenMenigtesGebarenMenselijke Aspecten Van SchuldHuis Van GodGrootsheidGebed Als Vraag Voor GodSpijtVoorbeelden Van BerouwHeropleving Van BedrijvenVeroordeling Van ZondeReligieus OntwakenTranenGenoemde Personen Die BadenBiechten

Laat ons dan nu een verbond maken met onze God, dat wij al die vrouwen, en wat van haar geboren is, zullen doen uitgaan, naar den raad des HEEREN, en dergenen, die beven voor het gebod onzes Gods; en laat er gedaan worden naar de wet.

VersbegrippenBeperkingen Omtrent Het HuwelijkEerbied En Gods AardVerbondsrelatiesBevenWerkelijke ScheidingenLatere Verbonden Met God

En Ezra stond op van voor Gods huis, en ging in de kamer van Johanan, den zoon van Eljasib; als hij daar kwam, at hij geen brood, en dronk geen water, want hij bedreef rouw over de overtreding der weggevoerden.

VersbegrippenOnthouding Als Een DisciplineAard Van VastenZorgenWaterVasten In Rouw

Toen verzamelden zich alle mannen van Juda en Benjamin te Jeruzalem in drie dagen; het was de negende maand op den twintigsten in de maand; en al het volk zat op de straat van Gods huis, sidderende om deze zaak, en vanwege de plasregenen.

VersbegrippenRegenGods Heerschap Over Het WeerMaand 9Bevende TroepenHet Weer Dat Lijden Veroorzaakt

Laat toch onze vorsten der ganse gemeente hierover staan, en allen, die in onze steden zijn, die vreemde vrouwen bij zich hebben doen wonen, op gezette tijden komen, en met hen de oudsten van elke stad en derzelver rechters; totdat wij van ons afwenden de hittigheid des toorns onzes Gods, om dezer zaken wil.

VersbegrippenRechtersStadGod Zal Niet Meer Kwaad Zijn

Ook een brief aan Asaf, den bewaarder van den lusthof, denwelken de koning heeft, dat hij mij hout geve om te zolderen de poorten van het paleis, dat aan het huis is, en tot de stadsmuur, en tot het huis, waar ik intrekken zal. En de koning gaf ze mij, naar de goede hand mijns Gods over mij.

VersbegrippenStralenVersterkingenBossenCitadelsGenade In OTHand Van GodGods HandGods Handen Op Mensen

En ik gaf hun te kennen de hand mijns Gods, Die goed over mij geweest was, als ook de woorden des konings, die hij tot mij gesproken had. Toen zeiden zij: Laat ons op zijn, dat wij bouwen; en zij sterkten hun handen ten goede.

VersbegrippenBeginGods HandGods Handen Op MensenWederopbouw van JeruzalemBouwWederopbouw

Voorts zeide ik: De zaak is niet goed, die gijlieden doet; zoudt gij niet wandelen in de vreze onzes Gods, om de versmading der heidenen, onze vijanden?

VersbegrippenVerwijtVrees God!

En de vorige landvoogden, die voor mij geweest zijn, hebben het volk bezwaard, en van hen genomen aan brood en wijn, daarna veertig zilveren sikkelen; ook heersten hun jongens over het volk; maar ik heb alzo niet gedaan, om der vreze Gods wil.

VersbegrippenMunstelselHoudingen Van EerbiedBestuurdersVoorbeelden Van Goddelijke AngstZware LastIndividuen Die God VrezenBelasting Die Betaald Moet Worden

Als ik nu kwam in het huis van Semaja, den zoon van Delaja, den zoon van Mehetabeel (hij nu was besloten), zo zeide hij: Laat ons samenkomen in het huis Gods, in het midden des tempels, en laat ons de deuren des tempels toesluiten; want zij zullen komen om u te doden, ja, bij nacht zullen zij komen, om u te doden.

VersbegrippenIntimidatieDeuren SluitenMensen OntmoetenPogingen Om Bepaalde Mensen Te DodenWederopbouw Van De Tempel

En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk; en den zin verklarende, zo maakten zij, dat men het verstond in het lezen.

VersbegrippenBestuurdersSchriftgeleerdenHuilenRouw NietHeilige Tijden

Alzo ging het volk uit en haalden ze, en maakten zich loofhutten, een iegelijk op zijn dak, en in hun voorhoven, en in de voorhoven van Gods huis, en op de straat der Waterpoort, en op de straat van Efraimspoort.

VersbegrippenBlijdschapUnieke FeestenTijden Van Mensen

En de ganse gemeente dergenen, die uit de gevangenis waren wedergekomen, maakten loofhutten, en woonden in die loofhutten; want de kinderen Israels hadden alzo niet gedaan sinds de dagen van Jesua, den zoon van Nun, tot op dezen dag toe; en er was zeer grote blijdschap. [ (Nehemiah 8:19) En men las in het wetboek Gods dag bij dag, van den eersten dag tot den laatsten dag. En zij hielden het feest zeven dagen, en op den achtsten dag den verbodsdag, naar het recht. ]

VersbegrippenGemeenteWekenDagelijkse PlichtDag 8Zeven DagenHet Schrift Lezen

Want als zij opgestaan waren op hun standplaats, zo lazen zij in het wetboek des HEEREN, huns Gods, een vierendeel van den dag; en op een ander vierendeel deden zij belijdenis, en aanbaden den HEERE, hun God.

VersbegrippenNatuurlijke Gebruik Van DagenBoek Van De WetLezenSynagogeElementen Van AanbiddenHet Schrift LezenEen Vierde PadBeleden ZondeGod AanbiddenSamen AanbiddenDe Bijbel LezenBiechten

En het overige des volks, de priesteren, de Levieten, de poortiers, de zangers, de Nethinim, en al wie zich van de volken der landen had afgescheiden tot Gods wet, hun vrouwen, hun zonen en hun dochteren, al wie wetenschap en verstand had;

VersbegrippenScheiden Van Slechte MensenZangersMensen Met KennisTempelassistenten

Die hielden zich aan hun broederen, hun voortreffelijken, en kwamen in den vloek en in den eed, dat zij zouden wandelen in de wet Gods, die gegeven is door de hand van den knecht Gods, Mozes; en dat zij zouden houden, en dat zij zouden doen al de geboden des HEEREN, onzes Heeren, en Zijn rechten en Zijn inzettingen;

VersbegrippenVerbintenis Tot GodMenselijke BeloftesDienaren Van De HeerDe Vloek Van De WetLatere Verbonden Met GodMensen Die Gebonden Zijn Aan Een EedDe Wet Gegeven Door Mozes

Voorts zetten wij ons geboden op, ons opleggende een derde deel van een sikkel in het jaar, tot den dienst van het huis onzes Gods;

VersbegrippenGewijd BroodSociale EthiekMunstelselBelastingEen DerdeElk JaarBelasting Die Betaald Moet Worden

Tot het brood der toerichting, en het gedurig spijsoffer, en tot het gedurig brandoffer, der sabbatten, der nieuwe maanden, tot de gezette hoogtijden, en tot de heilige dingen, en tot de zondofferen, om verzoening te doen over Israel; en tot alle werk van het huis onzes Gods.

VersbegrippenTafelsVerzoening Door OffersRegelgeving Voor Zonde OfferingVleesoffers

Ook wierpen wij de loten, onder de priesters, de Levieten en het volk, over het offer van het hout, dat men brengen zou ten huize onzes Gods, naar het huis onzer vaderen, op bestemde tijden, jaar op jaar, om te branden op het altaar des HEEREN, onzes Gods, gelijk het in de wet geschreven is;

VersbegrippenLoten UitschrijvenHoutAltaar Van De HeerBrandhout

En de eerstgeborenen onzer zonen en onzer beesten, gelijk het in de wet geschreven is; en dat wij de eerstgeborenen onzer runderen en onzer schapen zouden brengen ten huize onzes Gods, tot de priesteren, die in het huis onzes Gods dienen.

VersbegrippenEerstgeboreneBeweringen

En dat wij de eerstelingen onzes deegs, en onze hefofferen, en de vrucht aller bomen, most en olie, zouden brengen tot de priesteren, in de kameren van het huis onzes Gods, en de tienden onzes lands tot de Levieten; en dat dezelfde Levieten de tienden zouden hebben in alle steden onzer landbouwerij;

VersbegrippenAaron, Als HogepriesterMalenBreuken, Een TiendeTiendenEerste VruchtenTienden En Offers

En dat er een priester, een zoon van Aaron, bij de Levieten zou zijn, als de Levieten de tienden ontvangen; en dat de Levieten de tienden zouden opbrengen ten huize onzes Gods, in de kameren van het schathuis.

VersbegrippenPriesterschap in OTSchatkistenBreuken, Een TiendeTiendenDe Tiende InbrengenTienden En Offers

Want de kinderen Israels en de kinderen van Levi moeten hefoffer van koren, most en olie in die kameren brengen, omdat aldaar de vaten des heiligdoms zijn, en de priesteren, die dienen, en de poortiers, en de zangers; dat wij alzo het huis onzes Gods niet zouden verlaten.

VersbegrippenOlieGods Dingen Verzuimen

Seraja, de zoon van Hilkia, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, was voorganger van Gods huis;

VersbegrippenOpzichters

En Sabbethai, en Jozabad, van de hoofden der Levieten, waren over het buitenwerk van het huis Gods.

En der Levieten opziener te Jeruzalem was Uzzi, de zoon van Bani, den zoon van Hasabja, den zoon van Matthanja, den zoon van Micha; van de kinderen van Asaf waren de zangers tegenover het werk van Gods huis.

VersbegrippenZingenZangersGrootvaders

De hoofden dan der Levieten waren Hasabja, Serebja, en Jesua, de zoon van Kadmiel, en hun broederen tegen hen over, om te prijzen en te danken, naar het gebod van David, den man Gods, wacht tegen wacht.

VersbegrippenDeelname In ChristusAntwoordLof Moet Aangeboden Worden Voor

En zijn broeders, Semaja, en Azareel, Milalai, Gilalai, Maai, Nethaneel, en Juda, Hanani, met muziekinstrumenten van David, den man Gods; en Ezra, de schriftgeleerde, ging voor hun aangezicht heen.

VersbegrippenMan Van God

Daarna stonden de beide dankkoren in Gods huis; ook ik en de helft der overheden met mij.

VersbegrippenKorenHelft Van GroepenOude KorenDankbaarheid Tegenover AnderenBedanken

En de wacht huns Gods waarnamen, en de wacht der reiniging, ook de zangers, en de poortiers, naar het gebod van David en zijn zoon Salomo.

Te dien dage werd er gelezen in het boek van Mozes, voor de oren des volks; en daarin werd geschreven gevonden, dat de Ammonieten en Moabieten niet zouden komen in de gemeente Gods, tot in eeuwigheid;

VersbegrippenToeschouwersLezenDe Betekenis Van MozesHet Schrift LezenBoek Van De WetWetten Die Vreemdelingen Beperken

Eljasib nu, de priester, die gesteld was over de kamer van het huis onzes Gods, was voor dezen nabestaande van Tobia geworden.

VersbegrippenFamilieleden

En ik kwam te Jeruzalem, en verstond van het kwaad, dat Eljasib voor Tobia gedaan had, makende hem een kamer in de voorhoven van Gods huis.

Voorts gaf ik bevel, en zij reinigden de kameren; en ik bracht daar weder in de vaten van Gods huis, met het spijsoffer en den wierook.

VersbegrippenUitrusting, SpiritueelPlechtighedenHuis Van GodReine Objecten

En ik twistte met de overheden, en zeide: Waarom is het huis Gods verlaten? Doch ik vergaderde hen, en herstelde ze in hun stand.

VersbegrippenAchtergelaten WordenVerzuimGeschillenGods Dingen Verzaken

Gedenk mijner, mijn God, in dezen; en delg mijn weldadigheden niet uit, die ik aan het huis mijns Gods en aan Zijn wachten gedaan heb.

VersbegrippenHerinneringenVerbintenis Tot GodGoddelijke HerinneringUitgewist

Er was nu een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam.

VersbegrippenGeestenHet Karakter Van SatanZonen Van GodVerenigingenEngelen Als Zonen Van GodSatanDe DuivelOntspanning

Als deze nog sprak, zo kwam een ander, en zeide: Het vuur Gods viel uit den hemel, en ontstak onder de schapen en onder de jongeren, en verteerde ze; en ik ben maar alleen ontkomen, om het u aan te zeggen.

VersbegrippenBliksemVerliesOorzaken Van LijdenGods Heerschap Over Het WeerVuurzeeAlleen HandelenMensen VerbrandenTerwijl We Praten

Wederom was er een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam, om zich voor den HEERE te stellen.

VersbegrippenGeestenZonen Van GodVerenigingenEngelen Als Zonen Van God

Was niet uw vreze Gods uw hoop, en de oprechtheid uwer wegen uw verwachting?

VersbegrippenZelfrespectDe Angst Voor De HeerVroomheidEerbied

Van den adem Gods vergaan zij, en van het geblaas van Zijn neus worden zij verdaan.

VersbegrippenAdem Van GodDe Gevolgen Van De Toorn Van GodAdemenAdem

Want de pijlen des Almachtigen zijn in mij, welker vurig venijn mijn geest uitdrinkt; de verschrikkingen Gods rusten zich tegen mij.

VersbegrippenDrankjes, FiguurlijkPijlen, Figuurlijk GebruiktGifVoorbeelden Van AngstDe AlmachtigeErnstige AandoeningenDoor God Bepaalde KwellingenTerreur Van GodPijlen

Ja, gij vernietigt de vreze, en neemt het gebed voor het aangezicht Gods weg.

VersbegrippenGeen Angst Voor GodVroomheid

Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?

VersbegrippenValse WijsheidLuisteren Naar God

Zijn de vertroostingen Gods u te klein, en schuilt er enige zaak bij u?

VersbegrippenGod Zal Troosten

Hun huizen hebben vrede zonder vreze, en de roede Gods is op hen niet.

VersbegrippenZij Die Niet Vrezen

Ik zal ulieden leren van de hand Gods; wat bij den Almachtige is, zal ik niet verhelen.

VersbegrippenGods HandDe Weg Van God Onderwijzen

Gelijk als ik was in de dagen mijner jonkheid, toen Gods verborgenheid over mijn tent was;

VersbegrippenGoede Voorbeelden Van KinderenBeste VriendenMenselijke Natuur

Want wat is het deel Gods van boven, of de erve des Almachtigen uit de hoogten?

VersbegrippenDe Kracht Van GodGod Is Onveranderlijk

Want het verderf Gods was bij mij een schrik, en ik vermocht niet vanwege Zijn hoogheid.

VersbegrippenZij Bang Van GodTerrorisme

Houdt gij dat voor recht, dat gij gezegd hebt: Mijn gerechtigheid is meerder dan Gods?

Hij is een hoofdstuk der wegen Gods; Die hem gemaakt heeft, heeft hem zijn zwaard aangehecht.

VersbegrippenBiechten

Een psalm van David, den knecht des HEEREN, voor den opperzangmeester. (1a) De overtreding des goddelozen spreekt in het binnenste van mijn hart: Er is geen vreze Gods voor zijn ogen.

VersbegrippenAgnosticismeOneerbiedigheidOrakelsEerbied En Sociaal GedragHet Universele Van ZondeDe Aard Van Het HartGeen Angst Voor God

Ik gedenk daaraan, en stort mijn ziel uit in mij, omdat ik placht heen te gaan onder de schare, en met hen te treden naar Gods huis, met een stem van vreugdegezang en lof, onder de feesthoudende menigte.

VersbegrippenMenigtesMassa'sVreugde In AanbiddingKreten Van PlezierVakantieWijze En Methodes Van LovenThanksgivingGebed Aangeboden MetSamengaanOptochtenMensen Die VoorgingenMensen Die HerinnerenGod BedankenGeobserveerde Festivals

Zo wij den Naam onzes Gods hadden vergeten, en onze handen tot een vreemden God uitgebreid.

VersbegrippenGods Dingen VerzuimenLauw

De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten.

VersbegrippenNamen Voor JeruzalemTypes Van Heilige GeestRivierenMogelijkheid

Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach. (1a) De HEERE is groot en zeer te prijzen, in de stad onzes Gods, op den berg Zijner heiligheid.

VersbegrippenDe Heiligheid Van GodLofNamen Voor JeruzalemAlleen God AanbiddenWaardigheidGod Loven Is Gepast

Gelijk wij gehoord hadden, alzo hebben wij gezien in de stad des HEEREN der heirscharen, in de stad onzes Gods; God zal haar bevestigen tot in eeuwigheid. Sela.

VersbegrippenNamen Voor JeruzalemOplossingen Tegen OnzekerheidVeiligheidPsalmen Interjecties

Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester. (1a) Als Doeg, de Edomiet, gekomen was, en Saul te kennen gegeven, en tot hem gezegd had: David is gekomen ten huize van Achimelech. (1b) Wat beroemt gij u in het kwaad, o gij geweldige? Gods goedertierenheid duurt toch den gansen dag.

VersbegrippenOpscheppen, AfgekeurdGevolgen Van TrotsSpirituele OndervoedingMenselijke KrachtGoedheidOpscheppenHelden

[ (Psalms 56:14) Want Gij hebt mijn ziel gered van den dood; ook niet mijn voeten van aanstoot, om voor Gods aangezicht te wandelen in het licht der levenden? ]

VersbegrippenVoetenDe Aard Van Eeuwig LevenReizen Met GodStruikelenWandelenNiet StruikelenDoor God In Leven Gehouden WordenNiet StervenDood VermedenGod Redt Van Verdriet

Hij zal eeuwiglijk voor Gods aangezicht zitten; bereid goedertierenheid en waarheid, dat zij hem behoeden.

VersbegrippenGods Waarheid

Zoekresultaten op Versies

Zoekresultaten op Boek

Alle Boeken

Public domain