660 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Mannen' in de Bijbel

Ook waren onder de kinderen van Aaron, de priesteren, op de velden der voorsteden hunner steden, in elke stad, mannen, die met namen uitgedrukt waren, om aan alle manspersonen onder de priesteren en aan allen, die in het geslachtsregister onder de Levieten gesteld waren, delen te geven.

En die mannen handelden trouwelijk in dit werk; en de bestelden over dezelve waren Jahath en Obadja, Levieten van de kinderen van Merari, mitsgaders Zacharia en Mesullam, van de kinderen der Kohathieten, om het werk voort te drijven; en die Levieten waren allen verstandig op instrumenten van muziek.

VersbegrippenTrouwInstrumentalisten

En de koning ging op in het huis des HEEREN, en al de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem, mitsgaders de priesters en de Levieten, en al het volk, van den grote tot den kleine toe; en men las voor hun oren al de woorden van het boek des verbonds, dat in het huis des HEEREN gevonden was.

VersbegrippenLezen

Dewelken kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Seraja, Reelaja, Mordechai, Bilsan, Mizpar, Bigvai, Rehum en Baena. Dit is het getal der mannen des volks van Israel.

VersbegrippenSamengaan

De mannen van Netofa, zes en vijftig.

VersbegrippenDe Jaren Vijftig

De mannen van Anathoth, honderd acht en twintig.

VersbegrippenHonderd En Enkelen

De mannen van Michmas, honderd twee en twintig.

VersbegrippenHonderd En Enkelen

De mannen van Beth-El en Ai, tweehonderd drie en twintig.

VersbegrippenAi, De StadTweehonderd En Meer

Dit is een afschrift des briefs, dien zij aan hem, aan den koning Arthahsasta, zonden: Uw knechten, de mannen aan deze zijde der rivier, en op zulken tijd.

VersbegrippenArtaxerxes De KoningDienstbaarheid In De MaatschappijKopieën Van DocumentenVoorbij De RivierVoorbij De Eufraat

Geeft dan nu bevel, om diezelve mannen te beletten, dat diezelve stad niet opgebouwd worde, totdat van mij bevel zal worden gegeven.

Toen zeiden wij aldus tot hen, en welke de namen waren der mannen, die dit gebouw bouwden.

VersbegrippenStructuur

Wijders hebben wij hun ook hun namen afgevraagd, dat wij ze u bekend maakten; dat wij mochten overschrijven de namen der mannen, die hoofden onder hen zijn.

Ook wordt van mij bevel gegeven, wat gijlieden doen zult aan de oudsten dezer Joden, om dit huis Gods te bouwen; te weten, dat uit des konings goederen, van den cijns aan gene zijde der rivier, de onkosten dezen mannen spoediglijk gegeven worden, opdat men hen niet belette.

VersbegrippenHoudingen Tegenover Vervolging

Als Ezra alzo bad, en als hij deze belijdenis deed, wenende en zich voor Gods huis nederwerpende, verzamelde zich tot hem uit Israel een zeer grote gemeente van mannen, en vrouwen, en kinderen; want het volk weende met groot geween.

VersbegrippenMenigtesGebarenMenselijke Aspecten Van SchuldHuis Van GodGrootsheidGebed Als Vraag Voor GodSpijtVoorbeelden Van BerouwHeropleving Van BedrijvenVeroordeling Van ZondeReligieus OntwakenTranenGenoemde Personen Die BadenBiechten

Toen verzamelden zich alle mannen van Juda en Benjamin te Jeruzalem in drie dagen; het was de negende maand op den twintigsten in de maand; en al het volk zat op de straat van Gods huis, sidderende om deze zaak, en vanwege de plasregenen.

VersbegrippenRegenGods Heerschap Over Het WeerMaand 9Bevende TroepenHet Weer Dat Lijden Veroorzaakt

En de kinderen der gevangenis deden alzo; en Ezra, de priester, met de mannen, de hoofden der vaderen, naar het huis hunner vaderen, en zij allen, bij namen genoemd, scheidden zich af, en zij zaten op den eersten dag der tiende maand, om deze zaak te onderzoeken.

VersbegrippenMaand 10

En zij voleindden het met alle mannen, die vreemde vrouwen bij zich hadden doen wonen, tot op den eersten dag der eerste maand.

Zo kwam Hanani, een van mijn broederen, hij en sommige mannen uit Juda, en ik vraagde hen naar de Joden, die ontkomen waren (die overgebleven waren van de gevangenis), en naar Jeruzalem.

VersbegrippenRestStellen Van Bepaalde Vragen

Daarna maakte ik mij des nachts op, ik en weinig mannen met mij, en ik gaf geen mens te kennen, wat mijn God in mijn hart gegeven had, om aan Jeruzalem te doen; en er was geen dier met mij, dan het dier, waarop ik reed.

VersbegrippenHart En De Heilige GeestOp Paarden RijdenGedurende Een NachtZij Die Niets Zeggen

En aan zijn hand bouwden de mannen van Jericho; ook bouwde aan zijn hand Zacchur, de zoon van Imri.

En aan hun hand verbeterden Melatja, de Gibeoniet, en Jadon, de Meronothiet, de mannen van Gibeon en van Mizpa; tot aan den stoel des landvoogds aan deze zijde der rivier.

VersbegrippenBestuurdersDe Aard Van Menselijke AutoriteitVoorbij De Rivier

Voorts noch ik, noch mijn broederen, noch mijn jongelingen, noch de mannen van de wacht, die achter mij waren, wij trokken onze klederen niet uit; een iegelijk had zijn geweer en water.

VersbegrippenWapensMensen Die Strippen

Dewelke kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azaria, Raamja, Nahamani, Mordechai, Bilsan, Mispereth, Bigvai, Nehim en Baena. Dit is het getal der mannen van het volk van Israel.

VersbegrippenSamengaan

De mannen van Bethlehem en Netofa, honderd acht en tachtig;

VersbegrippenHonderd En Enkelen

De mannen van Anathoth, honderd acht en twintig;

VersbegrippenHonderd En Enkelen

De mannen van Beth-Azmaveth, twee en veertig;

VersbegrippenVeertig

De mannen van Kirjath-Jearim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig;

VersbegrippenZeven- Tot Negenhonderd

De mannen van Michmas, honderd twee en twintig;

VersbegrippenHonderd En Enkelen

De mannen van Beth-El en Ai, honderd drie en twintig;

VersbegrippenHonderd En Enkelen

De mannen van het andere Nebo, twee en vijftig;

VersbegrippenDe Jaren Vijftig

En Ezra, de priester, bracht de wet voor de gemeente, beiden mannen en vrouwen, en allen, die verstandig waren om te horen, op den eersten dag der zevende maand.

VersbegrippenDageraadMiddagNamen Van De BijbelGenoemde PoortenDe Bijbel Lezen

En hij las daarin voor de straat, die voor de Waterpoort is, van het morgen licht aan tot op den middag, voor de mannen en vrouwen, en de verstandigen; en de oren des gansen volks waren naar het wetboek.

VersbegrippenStaanHoutAssistentenJuiste KantAan De Linkerkant

En het volk zegende al de mannen, die vrijwilliglijk aanboden te Jeruzalem te wonen.

VersbegrippenAanbevelingMensen Die ZegenenWelwillende MensenVrijwilligerswerk

Alle kinderen van Perez, die te Jeruzalem woonden, waren vierhonderd acht en zestig dappere mannen.

VersbegrippenVier- Tot VijfhonderdVier- En Vijfhonderd

Ook werden ten zelfden dage mannen gesteld over de kameren, tot de schatten, tot de hefofferen, tot de eerstelingen en tot de tienden, om daarin uit de akkers der steden te verzamelen de delen der wet, voor de priesteren en voor de Levieten; want Juda was vrolijk over de priesteren en over de Levieten, die daar stonden.

VersbegrippenSalarissenMaaltijd DierenoffersTiendenWinkels Voor EtenDe Tiende Inbrengen

Zo twistte ik met hen, en vloekte hen, en sloeg sommige mannen van hen, en plukte hun het haar uit; en ik deed hen zweren bij God: Indien gij uw dochteren hun zonen zult geven, en indien gij van hun dochteren voor uw zonen of voor u zult nemen!

VersbegrippenMenselijke VloekenGeselingHarenGeschillenHaar PlukkenDe Goddeloze VervloekenMensen Die Gebonden Zijn Aan Een EedVloekenInterraciaal

Want deze daad der koningin zal uitkomen tot alle vrouwen, zodat zij haar mannen verachten zullen in haar ogen, als men zeggen zal: De koning Ahasveros zeide, dat men de koningin Vasthi voor zijn aangezicht brengen zou; maar zij kwam niet.

VersbegrippenVrouwenAndere Mensen Kwaad Berokkenen

Als het bevel des konings, hetwelk hij doen zal in zijn ganse koninkrijk, (want het is groot) gehoord zal worden, zo zullen alle vrouwen aan haar mannen eer geven, van de grootste tot de kleinste toe.

VersbegrippenHet Eerzame Zal Worden GeëerdVrouwen

En in den burg Susan hebben de Joden gedood en omgebracht vijfhonderd mannen.

VersbegrippenVier- Tot VijfhonderdVier- En VijfhonderdAantal Vreemdelingen Gedood

En de koning zeide tot de koningin Esther: Te Susan op den burg hebben de Joden gedood en omgebracht vijfhonderd mannen en de tien zonen van Haman; wat hebben zij in al de andere landschappen des konings gedaan? Wat is nu uw bede? en het zal u gegeven worden; of wat is verder uw verzoek? het zal geschieden.

VersbegrippenTien MensenVier- Tot VijfhonderdVier- En VijfhonderdAantal Vreemdelingen Gedood

En de Joden, die te Susan waren, vergaderden ook op den veertienden dag der maand Adar, en zij doodden te Susan driehonderd mannen; maar zij sloegen hun hand niet aan den roof.

VersbegrippenDrie- Tot VierhonderdMaand 12Driehonderd En MeerAantal Vreemdelingen Gedood

Toen hielden de drie mannen op van Job te antwoorden, dewijl hij in zijn ogen rechtvaardig was.

VersbegrippenVoorbeelden Van TrotsDrie MannenIndividuen Die Niet Spreken

Als dan Elihu zag, dat er geen antwoord was in den mond van die drie mannen, ontstak zijn toorn.

VersbegrippenDrie MannenAnderen Die Niet AntwoordenGenoemde Personen Die Kwaad Waren Op Anderen

Gij, mannen, hoe lang zal mijn eer tot schande zijn? Hoe lang zult gij de ijdelheid beminnen, de leugen zoeken? Sela.

VersbegrippenValse GodenNutteloze DingenGebrek Aan VertrouwenVermijden Van BedrogHouden Van Het KwaadPsalmen Interjecties

Raap mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de mannen des bloeds;

VersbegrippenWeggedreven Door GodKlaar Om Te DodenDe Ziel

[ (Psalms 55:24) Maar Gij, o God! zult die doen nederdalen in den put des verderfs; de mannen des bloeds en bedrogs zullen hun dagen niet ter helft brengen; ik, daarentegen, zal op U vertrouwen. ]

VersbegrippenPraktijken Van BedrogBedrog Leidend Tot OordeelHel Als Een ErvaringLeugensPuttenLeugenaarsHet Lot Van De GoddelozenMensen VernederenHelft Van De DingenPutten Als Woord Voor Graven

Red mij van de werkers der ongerechtigheid, en verlos mij van de mannen des bloeds.

VersbegrippenKwaadwilligenKlaar Om Te DodenBescherming Tegen Vijanden

De stouthartigen zijn beroofd geworden; zij hebben hun slaap gesluimerd; en geen van de dappere mannen hebben hun handen gevonden.

VersbegrippenSlaap En DoodOnmogelijk Te Beschadigen

Neig mijn hart niet tot een kwade zaak, om enigen handel in goddeloosheid te handelen, met mannen, die ongerechtigheid werken; en dat ik niet ete van hun lekkernijen.

VersbegrippenEten, Metaforisch GebruiktDeelname In ZondeVerleidingen Van ZondeKwaadwilligenVerenigingen Van KwaadLekkernijenKwade VerlangensVerboden VoedselDe Neiging Van Het Hart Tot Kwaad

Tot u, o mannen! roep Ik, en Mijn stem is tot de mensenkinderen.

VersbegrippenGods Oproep, IedereenGetuigen Voor De Mensen

Dit zijn ook spreuken van Salomo, die de mannen van Hizkia, den koning van Juda, uitgeschreven hebben.

VersbegrippenBoekenGezegdesHet Karakter Van SalomoKopieën Van DocumentenWijze GezegdesJournaling

In den dag, wanneer de wachters des huizes zullen beven, en de sterke mannen zichzelven zullen krommen, en de maalsters zullen stilstaan, omdat zij minder geworden zijn, en die door de vensteren zien, verduisterd zullen worden;

VersbegrippenZwakteVerduisterd ZichtTandheelkundeTandenDoor Vensters KijkenBevenVoedsel VermalenBeschadigde OgenEnkele DingenGroeiendHet Weer Van De Laatste Dagen

De hoge ogen de mensen zullen vernederd worden, en de hoogheid der mannen zal nedergebogen worden; en de HEERE alleen zal in dien dag verheven zijn.

VersbegrippenNederigheidDe Gevolgen Van KoppigheidStraf Voor ArrogantieDe Trotsen VernederenNederig Zijn

En de hoogheid der mensen zal gebogen, en de hoogheid der mannen zal vernederd worden; en de HEERE alleen zal in die dag verheven zijn.

VersbegrippenSuperioriteitTrotsNederig ZijnArrogantie

Uw mannen zullen door het zwaard vallen, en uw helden in den strijd.

VersbegrippenDoden Zal GebeurenBrandmerken

Nu dan, gij inwoners van Jeruzalem, en gij mannen van Juda, oordeelt toch tussen Mij en tussen Mijn wijngaard.

VersbegrippenArbitrage

Want de wijngaard van den HEERE der heirscharen is het huis van Israel, en de mannen van Juda zijn een plant Zijner verlustigingen; en Hij heeft gewacht naar recht, maar ziet, het is schurftheid, naar gerechtigheid, maar ziet, het is geschreeuw.

VersbegrippenNatuurlijke TuinDe Wil Van GodTuinbouwVerzuimVoorbeelden Van OnderdrukkingMetaforische WijngaardenDe Onschuldigen DodenSchreeuwTuinen

En zie nu, daar komt een wagen mannen, en een paar ruiters! Toen antwoordde hij, en zeide: Babel is gevallen, zij is gevallen! en al de gesneden beelden harer goden heeft Hij verbroken tegen de aarde.

VersbegrippenBabylonDe Profetie Over BabylonVernietiging Van BabylonBabylon VernietigdAndere Goden VerzakenVerlaten Van Afgoden

Maar Rabsake zeide: Heeft mijn heer mij tot uw heer en tot u gezonden, om deze woorden te spreken? Is het niet tot de mannen, die op den muur zitten, dat zij met ulieden hun drek eten, en hun water drinken zullen?

VersbegrippenMonotonieWeerzinwekkend VoedselOntlastingPlassenPoep

Toen kwam de profeet Jesaja tot den koning Hizkia, en zeide tot hem: Wat hebben die mannen gezegd, en van waar zijn zij tot u gekomen? En Hizkia zeide: Zij zijn uit verren lande tot mij gekomen, uit Babel.

VersbegrippenMensen Van Ver WegWaar Vandaan?Genoemde Profeten Van De Heer

Alzo zegt de HEERE: De arbeid der Egyptenaren en de koophandel der Moren en der Sabeers, der mannen van grote lengte, zullen tot u overkomen, en zij zullen de uwe zijn, zij zullen u navolgen, in boeien zullen zij overkomen; en zij zullen zich voor u buigen, zij zullen u smeken, zeggende: Gewisselijk, God is in u, en er is anders geen God meer.

VersbegrippenGod ErvarenEthiopiëKetenenMissie Van IsraëlHandelHandelswaarAfrikaHandelGod Met JouGrote MensenNiemand Anders Is GodPerspectief

Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen.

VersbegrippenPloegenNiet ZaaienMetaforisch PloegenBraaklandEen Nieuwe StartBreukLandbouwZaad Op De Grond VerspillenZaaienOvergang

Besnijdt u den HEERE en doet weg de voorhuiden uwer harten, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem! opdat Mijner grimmigheid niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen.

VersbegrippenVoorhuidenBesnijdenis, SpiritueelVuur Van Gods WoedeEchte BesnijdenisGebrek Aan Vuur

Hoort gijlieden de woorden dezes verbonds, en spreekt tot de mannen van Juda, en tot de inwoners van Jeruzalem;

VersbegrippenVerbond Gemaakt In De Sinaï

Voorts zeide de HEERE tot mij: Er is een verbintenis bevonden onder de mannen van Juda, en onder de inwoners van Jeruzalem.

VersbegrippenSamenzweringenSamenzwering

Daarom, zo zegt de HEERE van de mannen van Anathoth, die uw ziel zoeken, zeggende: Profeteer niet in den Naam des HEEREN, opdat gij van onze handen niet sterft.

VersbegrippenProfeten DodenVerzwegen VoorspellingPogingen Om Bepaalde Mensen Te Doden

En zij zullen geen overblijfsel hebben; want Ik zal een kwaad brengen over de mannen van Anathoth, in het jaar hunner bezoeking.

VersbegrippenJarenGeen OverlevendenGod Zal Kwaad Brengen

Zo zullen door de poorten dezer stad ingaan koningen en vorsten, zittende op den troon van David, rijdende op wagenen en op paarden, zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem; en deze stad zal bewoond worden in eeuwigheid.

VersbegrippenStrijdwagensDe Dynastie Van David

Nu dan, spreek nu tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik formeer een kwaad tegen ulieden, en denk tegen ulieden een gedachte; zo bekeert u nu, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw wegen en uw handelingen goed.

VersbegrippenDe Aard Van BekeringPlannenHervormingGod Zal Kwaad Brengen

Daarom, geef hun zonen den honger over, en doe ze wegvloeien door het geweld des zwaards, en laat hun vrouwen van kinderen beroofd en weduwen worden, en laat hun mannen door den dood omgebracht, en hun jongelingen met het zwaard geslagen worden in den strijd.

VersbegrippenVoorbeelden Van WraakHongersnood DoodtGoedkeuring Om Te Doden

Dan zult gij de kruik verbreken voor de ogen der mannen, die met u gegaan zijn;

VersbegrippenContainers Breken

Ook stonden er mannen op, van de oudsten des lands, en spraken tot de ganse gemeente des volks, zeggende:

Maar de koning Jojakim zond mannen naar Egypte, Elnathan, den zoon van Achbor, en andere mannen met hem, in Egypte;

Neemt vrouwen, en gewint zonen en dochteren, en neemt vrouwen voor uw zonen, en geeft uw dochteren aan mannen, dat zij zonen en dochteren baren; en wordt aldaar vermenigvuldigd, en wordt niet verminderd.

VersbegrippenToegestaan HuwelijkEchtgenoot En VrouwHuwelijk KjvVader En Dochter RelatiesVaders En DochterRelaties OpbouwenDe Ouders Verlaten Voor De EchtgenootVerantwoordelijkheden Van VadersEchtgenootHuwelijkHuwelijk

Om al de boosheid der kinderen Israels en der kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesteren, en hun profeten, en de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem;

VersbegrippenAllen Hebben Gezondigd

En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond hebben overtreden, die niet bevestigd hebben de woorden des verbonds, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, met het kalf, dat zij in tweeen hadden gehouwen, en waren tussen zijn stukken doorgegaan:

VersbegrippenEnkelsDoormakenVersneden DierenHelft Van LichamenHet Verbond Breken

Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ga henen en zeg tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem: Zult gijlieden geen tucht aannemen, dat gij hoort naar Mijn woorden? spreekt de HEERE.

En Ik zal over hem, en over zijn zaad, en over zijn knechten hunlieder ongerechtigheid bezoeken; en Ik zal over hen, en over de inwoners van Jeruzalem, en over de mannen van Juda, al het kwaad brengen, dat Ik tot hen gesproken heb; maar zij hebben niet gehoord.

VersbegrippenGod Zal Kwaad Brengen

Want al sloegt gijlieden het ganse heir der Chaldeen, die tegen u strijden, en er bleven van hen enige verwonde mannen over, zo zouden zich die, een iegelijk in zijn tent, opmaken, en deze stad met vuur verbranden.

VersbegrippenNederlaagJeruzalem Verbranden

Mijn heer koning! deze mannen hebben kwalijk gehandeld in alles, wat zij gedaan hebben aan den profeet Jeremia, dien zij in den kuil geworpen hebben; daar hij toch in zijn plaats zou gestorven zijn vanwege den honger, dewijl geen brood meer in de stad is.

VersbegrippenVoorbeelden Van HongerKerkersGetroffen Door De DoodHongersnood Doodt

Toen gebood de koning den Moorman Ebed-melech, zeggende: Neem van hier dertig mannen onder uw hand, en haal den profeet Jeremia op uit den kuil, eer dat hij sterft.

VersbegrippenKerkersDe Aard Van Menselijke AutoriteitDertigGenoemde Profeten Van De Heer

Alzo nam Ebed-melech de mannen onder zijn hand, en ging in des konings huis tot onder de schatkamer, en nam van daar enige oude verscheurde en oude versleten lompen; en hij liet ze met zelen af tot Jeremia in den kuil.

VersbegrippenKerkersDingen Neerzetten

Toen zwoer de koning Zedekia aan Jeremia in het verborgene, zeggende: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die ons deze ziel gemaakt heeft: Indien ik u zal doden, of indien ik u zal overgeven in de hand dezer mannen, die uw ziel zoeken!

VersbegrippenLevensademMenselijke EedGeheimhoudingGod Geeft LevenProfeten Doden

Maar Ik zal u te dien dage redden, spreekt de HEERE; en gij zult niet overgegeven worden in de hand der mannen, voor welker aangezicht gij vreest.

VersbegrippenNiet Verslagen

Toen nu alle oversten der heiren, die in het veld waren, zij en hun mannen, hoorden, dat de koning van Babel Gedalia, den zoon van Ahikam, over het land gesteld had, en dat hij aan hem bevolen had de mannen, en de vrouwen, en de kinderkens, en van de armsten des lands, van degenen, die niet naar Babel gevankelijk waren weggevoerd;

VersbegrippenBestuurdersKleine Overblijfselen

Zo kwamen zij tot Gedalia te Mizpa, namelijk, Ismael, de zoon van Nethanja, en Johanan en Jonathan, de zonen van Kareah, en Seraja, de zoon van Tanhumeth, en de zonen van Efai, den Netofathiet, en Jezanja, de zoon eens Maachathiets, zij en hun mannen.

En Gedalia, de zoon van Ahikam, den zoon van Safan, zwoer hun en hun mannen, zeggende: Vreest niet van de Chaldeen te dienen; blijft in het land, en dient den koning van Babel, zo zal het u welgaan.

VersbegrippenGroepen DienenWees Niet Bang Van Mensen

Maar het geschiedde in de zevende maand, dat Ismael, de zoon van Nethanja, den zoon van Elisama, van koninklijken zade, en de oversten des konings, te weten tien mannen, met hem kwamen tot Gedalia, den zoon van Ahikam, te Mizpa; en zij aten aldaar brood te zamen, te Mizpa.

VersbegrippenHerfstTien MensenMaand 7

En Ismael, de zoon van Nethanja, maakte zich op, mitsgaders de tien mannen, die met hem waren, en zij sloegen Gedalia, den zoon van Ahikam, den zoon van Safan, met het zwaard; alzo doodde hij hem, dien de koning van Babel over het land gesteld had.

VersbegrippenBestuurdersKoningen Doden

Maar het geschiedde, als zij in het midden der stad gekomen waren, dat Ismael, de zoon van Nethanja, hen keelde, en wierp hen in het midden des kuils, hij en de mannen, die met hem waren.

VersbegrippenKadavers Van Andere MensenDoden Binnen Israël

Doch onder hen werden tien mannen gevonden, die tot Ismael zeiden: Dood ons niet, want wij hebben verborgen schatten in het veld, van tarwe, en gerst, en olie, en honig. Zo liet hij af, en doodde ze niet in het midden hunner broederen.

VersbegrippenVoedselGraanOpslaanTien MensenWinkels Voor Eten

De kuil nu, waarin Ismael al de dode lichamen der mannen, die hij aan de zijde van Gedalia geslagen had, henenwierp, is dezelfde, dien de koning Asa maakte vanwege Baesa, den koning Israels; dezen vulde Ismael, de zoon van Nethanja, met de verslagenen.

VersbegrippenKadavers Van Andere MensenLijst van koningen van Israël

Zo namen zij al de mannen, en togen henen, om met Ismael, den zoon van Nethanja, te strijden; en zij vonden hem aan het grote water, dat bij Gibeon is.

Doch Ismael, de zoon van Nethanja, ontkwam van Johanans aangezicht, met acht mannen, en hij toog tot de kinderen Ammons.

VersbegrippenAcht MensenOntsnappen Aan Mensen

Toen nam Johanan, de zoon van Kareah, mitsgaders al de oversten der heiren, die met hem waren, het ganse overblijfsel des volks, dat hij wedergebracht had van Ismael, den zoon van Nethanja, van Mizpa, (nadat hij Gedalia, den zoon van Ahikam, geslagen had) te weten de mannen, die krijgslieden waren, en de vrouwen, en kinderkens, en kamerlingen, die hij van Gibeon had wedergebracht;

Zo zullen al de mannen zijn, die hun aangezichten stellen, om in Egypte te gaan, om aldaar als vreemdelingen te verkeren; zij zullen sterven door het zwaard, door den honger en door de pestilentie; en zij zullen niemand hebben, die overblijve of ontkome van het kwaad, dat Ik over hen zal brengen.

VersbegrippenPestGeen OverlevendenHongersnood Doodt

Zo sprak Azaria, de zoon van Hosaja, en Johanan, de zoon van Kareah, en al de trotse mannen, zeggende tot Jeremia: Gij spreekt leugen; de HEERE, onze God, heeft u niet gezonden, om te zeggen: Gijlieden zult niet gaan in Egypte, om aldaar als vreemdelingen te verkeren.

VersbegrippenVoorbeelden Van Valse BeschuldigingenGevolgen Van TrotsTrots Resulteert InVoorspellende Leugens

Public domain