8 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Muur' in de Bijbel

En zij had een groten en hogen muur, en had twaalf poorten, en in de poorten twaalf engelen, en namen daarop geschreven, welken zijn de namen der twaalf geslachten der kinderen Israels.

VersbegrippenNummer TwaalfOmmuurde StedenPoorten Van De StadGravureTwaalf WezensTwaalf StammenTwaalf DingenVoordelen Van HemelNieuw JeruzalemIsraëlOpenbaring

En hij die met mij sprak, had een gouden rietstok, opdat hij de stad zou meten, en haar poorten, en haar muur.

VersbegrippenMeetstokPoorten Van De StadMeting

En het gebouw van haar muur Jaspis; en de stad was zuiver goud, zijnde zuiver glas gelijk.

VersbegrippenGoudMineralenTransparantieBouwStructuur

En de fondamenten van den muur der stad waren met allerlei kostelijk gesteente versierd. Het eerste fondament was Jaspis, het tweede Saffier, het derde Chalcedon, het vierde Smaragd.

VersbegrippenSmaragdenWaardevolle StenenBreuken, Een VierdeEerste DingenTweede DingDerde PersoonVierdeKleurRegenboog

Public domain