'Ja' in de Bijbel
Laat ons hen levend verslinden, als het graf; ja, geheel en al, gelijk die in den kuil nederdalen;
Ja, zo gij tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid;
Want de HEERE kastijdt dengene, dien Hij liefheeft, ja, gelijk een vader den zoon, in denwelken hij een welbehagen heeft.
Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel:
De HEERE heeft alles gewrocht om Zijns Zelfs wil; ja, ook den goddeloze tot den dag des kwaads.
Wie den goddeloze rechtvaardigt, en den rechtvaardige verdoemt, zijn den HEERE een gruwel, ja, die beiden.
Tweeerlei weegsteen, tweeerlei efa is den HEERE een gruwel, ja die beide.
Een horend oor, en een ziend oog heeft de HEERE gemaakt, ja, die beide.
Mijn zoon! zo uw hart wijs is, mijn hart zal blijde zijn, ja, ik.
De bloedzuiger heeft twee dochters: Geef, geef! Deze drie dingen worden niet verzadigd; ja, vier zeggen niet: Het is genoeg!
Deze drie dingen zijn voor mij te wonderlijk, ja, vier, die ik niet weet:
Om drie dingen ontroert zich de aarde, ja, om vier, die zij niet dragen kan:
Deze drie maken een goeden tred; ja, vier zijn er, die een goeden gang maken;
Wat, o mijn zoon, en wat, o zoon mijns buiks? ja, wat, o zoon mijner geloften?
Zoekresultaten op Versies
Zoekresultaten op Boek
- Genesis (10)
- Exodus (8)
- Leviticus (5)
- Numberi (4)
- Deuteronomium (9)
- Jozua (4)
- Richteren (2)
- Ruth (2)
- 1 Samuël (8)
- 2 Samuël (8)
- 1 Koningen (15)
- 2 Koningen (10)
- 1 Kronieken (6)
- 2 Kronieken (11)
- Ezra (3)
- Nehemia (6)
- Job (15)
- Psalmen (40)
- Spreuken (14)
- Prediker (6)
- Hooglied (3)
- Jesaja (42)
- Jeremia (39)
- Klaagliederen (2)
- Ezechiël (44)
- Daniël (7)
- Hosea (10)
- Joël (2)
- Amos (3)
- Obadja (2)
- Micha (5)
- Nahum (2)
- Habakuk (1)
- Zefanja (2)
- Zacharia (8)
- Maleachi (2)