2060 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Toen' in de Bijbel

Toen ging al het volk henen om te eten, en om te drinken, en om delen te zenden, en om grote blijdschap te maken; want zij hadden de woorden verstaan, die men hun had bekend gemaakt.

VersbegrippenMaand 7

Toen deed ik de vorsten van Juda opgaan op den muur; en ik stelde twee grote dankkoren en omgangen, een ter rechterhand op den muur, naar de Mistpoort toe.

VersbegrippenDrek En MestAangeboden DankbaarheidKorenJuiste KantGenoemde PoortenZangers

Toen bracht gans Juda de tienden van het koren, en van den most, en van de olie, in de schatten.

VersbegrippenGraanWijnTiendenDe Tiende InbrengenTienden En Offers

Toen vernachtten de kramers, en de verkopers van alle koopwaren, buiten voor Jeruzalem, eens of tweemaal.

Toen nu die dagen vervuld waren, maakte de koning een maaltijd al den volke, dat gevonden werd op den burg Susan, van den grootste tot den kleinste, zeven dagen lang, in het voorhof van den hof van het koninklijk paleis.

VersbegrippenAvondmaalZeven Dagen

Op den zevenden dag, toen des konings hart vrolijk was van den wijn, zeide hij tot Mehuman, Biztha, Charbona, Bigtha en Abagtha, Zethar en Charchas, de zeven kamerlingen, dienende voor het aangezicht van den koning Ahasveros,

VersbegrippenVrolijkheidKamerherenZeven MensenDe Zevende Dag Van De WeekDag 7Dronken Personen

Doch de koningin Vasthi weigerde te komen op het woord des konings, hetwelk door den dienst der kamerlingen haar aangezegd was. Toen werd de koning zeer verbolgen, en zijn grimmigheid ontstak in hem.

VersbegrippenOorzaken Van De Woede Van De MensGenoemde Personen Die Kwaad Waren Op Anderen

Toen zeide de koning tot de wijzen, die de tijden verstonden (want alzo moest des konings zaak geschieden, in de tegenwoordigheid van al degenen, die de wet en het recht wisten;

VersbegrippenDe Aard Van Onderscheidingsvermogen

Toen zeide Memuchan voor het aangezicht des konings en der vorsten: De koningin Vasthi heeft niet alleen tegen den koning misdaan, maar ook tegen al de vorsten, en tegen al de volken, die in al de landschappen van den koning Ahasveros zijn.

Na deze geschiedenissen, toen de grimmigheid van den koning Ahasveros gestild was, gedacht hij aan Vasthi, en wat zij gedaan had, en wat over haar besloten was.

VersbegrippenMensen Die Herinneren

Toen zeiden de jongelingen des konings, die hem dienden: Men zoeke voor den koning jonge dochters, maagden, schoon van aangezicht.

VersbegrippenZij Op Zoek Naar Mensen

Het geschiedde nu, toen het woord des konings en zijn wet ruchtbaar was, en toen vele jonge dochters samenvergaderd werden op den burg Susan, onder de hand van Hegai, werd Esther ook genomen in des konings huis, onder de hand van Hegai, den bewaarder der vrouwen.

Toen maakte de koning een groten maaltijd al zijn vorsten en zijn knechten, den maaltijd van Esther; en hij gaf den landschappen rust, en hij gaf geschenken naar des konings vermogen.

VersbegrippenBruiloftenKoningshuis

Toen ten anderen male maagden vergaderd werden, zo zat Mordechai in de poort des konings.

VersbegrippenAan De Poort ZittenTweede Huwelijk

Esther nu had haar maagschap en haar volk niet te kennen gegeven, gelijk als Mordechai haar geboden had; want Esther deed het bevel van Mordechai, gelijk als toen zij bij hem opgevoed werd.

VersbegrippenGoede KinderenGoede Voorbeelden Van KinderenZij Die Niets ZeggenLeefregels Van De MensMensen Gehoorzamen

Toen zeiden de knechten des konings, die in de poort des konings waren, tot Mordechai: Waarom overtreedt gij des konings gebod?

Het geschiedde nu, toen zij dit van dag tot dag tot hem zeiden, en hij naar hen niet hoorde, zo gaven zij het Haman te kennen, opdat zij zagen, of de woorden van Mordechai bestaan zouden; want hij had hun te kennen gegeven, dat hij een Jood was.

VersbegrippenVertellen Over Situaties Van Mensen

Toen trok de koning zijn ring van zijn hand, en hij gaf hem aan Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, der Joden tegenpartijder.

Toen werden de schrijvers des konings geroepen, in de eerste maand, op den dertienden dag derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Haman beval, aan de stadhouders des konings, en aan de landvoogden, die over elk landschap waren, en aan de vorsten van elk volk, elk landschap naar zijn schrift, en elk volk naar zijn spraak; er werd geschreven in den naam van den koning Ahasveros, en het werd met des konings ring verzegeld.

VersbegrippenProvinciesHet Bericht VerzegelenAlfabet

Toen kwamen Esthers jonge dochters en haar kamerlingen, en zij gaven het haar te kennen; en het deed de koningin zeer wee; en zij zond klederen om Mordechai aan te doen, en zijn zak van hem af te doen; maar hij nam ze niet aan.

VersbegrippenDe Nood Aan KledingVoorbeelden Van AngstMensen Die Kleren Geven

Toen riep Esther Hatach, een van de kamerlingen des konings, welke hij voor haar gesteld had, en zij gaf hem bevel aan Mordechai, om te weten wat dit, en waarom dit ware.

VersbegrippenStellen Van Bepaalde Vragen

Toen zeide Esther tot Hatach, en gaf hem bevel aan Mordechai:

VersbegrippenFlexibiliteit

Toen zeide Esther, dat men Mordechai weder aanzeggen zou:

VersbegrippenFlexibiliteit

Toen ging Mordechai henen, en hij deed naar alles, wat Esther aan hem geboden had.

VersbegrippenMensen Gehoorzamen

En het geschiedde, toen de koning de koningin Esther zag, staande in het voorhof, verkreeg zij genade in zijn ogen, zodat de koning den gouden scepter, die in zijn hand was, Esther toereikte; en Esther naderde, en roerde de spits des scepters aan.

VersbegrippenHeilige Dingen Aanraken

Toen zeide de koning tot haar: Wat is u, koningin Esther! of wat is uw verzoek? Het zal u gegeven worden, ook tot de helft des koninkrijks.

VersbegrippenKoninginnenWat Is Er Aan De Hand?Helft Van Districten

Toen zeide de koning: Doet Haman spoeden, dat hij het bevel van Esther doe. Als nu de koning met Haman tot den maaltijd, dien Esther bereid had, gekomen was,

VersbegrippenAnderen Opjagen

Toen antwoordde Esther, en zeide: Mijn bede en verzoek is:

VersbegrippenPetitie

Toen ging Haman ten zelfden dage uit, vrolijk en goedsmoeds; maar toen Haman Mordechai zag in de poort des konings, en dat hij niet opstond, noch zich voor hem bewoog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid op Mordechai.

VersbegrippenAan De Poort ZittenGenoemde Personen Die Kwaad Waren Op AnderenVreugde In Succes

Toen zeide zijn huisvrouw Zeres tot hem, mitsgaders al zijn vrienden: Men make een galg, vijftig ellen hoog, en zeg morgen aan den koning, dat men Mordechai daaraan hange; ga dan vrolijk met den koning tot dien maaltijd. Deze raad nu dacht Haman goed, en hij deed de galg maken.

VersbegrippenOntsnappen, Fysieke DingenVoorbeelden Van Slechte EchtgenotesVerleidsterAfmetingen Van Andere DingenMensen Die Opgehangen WordenGenoemde Vrouwen

Toen zeide de koning: Wat eer en verhoging is Mordechai hierover gedaan? En de jongelingen des konings, zijn dienaars, zeiden: Aan hem is niets gedaan.

VersbegrippenSpecifieke Mensen Prijzen

Toen zeide de koning: Wie is in het voorhof? (Haman nu was gekomen in het buitenvoorhof van het huis des konings, om den koning te zeggen, dat men Mordechai zou hangen aan de galg, die hij hem had doen bereiden.)

VersbegrippenMensen Die Opgehangen Worden

En des konings jongelingen zeiden tot hem: Zie, Haman staat in het voorhof. Toen zeide de koning: Dat hij inkome.

Als Haman ingekomen was, zo zeide de koning tot hem: Wat zal men met dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft? Toen zeide Haman in zijn hart: Tot wien heeft de koning een welbehagen, om hem eer te doen, meer dan tot mij?

VersbegrippenVoorbeelden Van EgoïsmeSpecifieke Mensen PrijzenZelfliefde

Toen zeide de koning tot Haman: Haast u, neem dat kleed, en dat paard, gelijk als gij gesproken hebt, en doe alzo aan Mordechai, den Jood, dien aan de poort des konings zit; en laat niet een woord vallen van alles, wat gij gesproken hebt.

VersbegrippenAan De Poort ZittenOnderscheidende Kleding

En Haman vertelde aan zijn huisvrouw Zeres en al zijn vrienden al wat hem wedervaren was. Toen zeiden hem zijn wijzen, en Zeres, zijn huisvrouw: Indien Mordechai, voor wiens aangezicht gij hebt begonnen te vallen, van het zaad der Joden is, zo zult gij tegen hem niet vermogen; maar gij zult gewisselijk voor zijn aangezicht vallen.

VersbegrippenGenoemde VrouwenGods TimingGods TimingGods Timing En Plan

Toen zij nog met hem spraken, zo kwamen des konings kamerlingen nabij, en zij haastten Haman tot den maaltijd te brengen, dien Esther bereid had.

VersbegrippenAnderen OpjagenGods TimingGods Timing

Toen de koning met Haman gekomen was, om te drinken met de koningin Esther;

VersbegrippenVernederen

Toen antwoordde de koningin Esther, en zeide: Indien ik, o koning, genade in uw ogen gevonden heb, en indien het den koning goeddunkt, men geve mij mijn leven, om mijner bede wil, en mijn volk, om mijns verzoeks wil.

VersbegrippenLeven ZoekenJoden Onder Dreiging

Toen sprak de koning Ahasveros, en zeide tot de koningin Esther: Wie is die, en waar is diezelve, die zijn hart vervuld heeft, om alzo te doen?

VersbegrippenWie Is De Doener?

En Esther zeide: De man, de onderdrukker en vijand, is deze boze Haman! Toen verschrikte Haman voor het aangezicht des konings en der koningin.

VersbegrippenAngst Van Individuen

Toen de koning wederkwam uit den hof van het paleis in het huis van den maaltijd des wijns, zo was Haman gevallen op het bed, waarop Esther was. Toen zeide de koning: Zou hij ook wel de koningin verkrachten bij mij in het huis? Het woord ging uit des konings mond, en zij bedekten Hamans aangezicht.

VersbegrippenBeddenMensen Die Tuimelen

En Charbona, een van de kamerlingen, voor het aanschijn des konings staande, zeide: Ook zie, de galg, welke Haman gemaakt heeft voor Mordechai, die goed voor den koning gesproken heeft, staat bij Hamans huis, vijftig ellen hoog. Toen zeide de koning: Hang hem daaraan.

VersbegrippenOntsnappen, Fysieke DingenVernedering, Voorbeelden VanAfmetingen Van Andere Dingen

De koning nu reikte den gouden scepter Esther toe. Toen rees Esther op, en zij stond voor het aangezicht des konings.

Toen zeide de koning Ahasveros tot de koningin Esther en tot Mordechai, den Jood: Ziet, het huis van Haman heb ik Esther gegeven, en hem heeft men aan de galg gehangen, omdat hij zijn hand aan de Joden geslagen had.

VersbegrippenJoden Onder DreigingMensen Die Opgehangen Worden

Toen werden des konings schrijvers geroepen, ter zelfder tijd, in de derde maand (zij is de maand Sivan), op den drie en twintigsten derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Mordechai gebood, aan de Joden, en aan de stadhouders, en landvoogden, en oversten der landschappen, die van Indie af tot aan Morenland strekken, honderd zeven en twintig landschappen, een ieder landschap naar zijn schrift, een ieder volk naar zijn spraak; ook aan de Joden naar hun schrift en naar hun spraak.

VersbegrippenAfrikaMaand 3Honderd En EnkelenAlfabet

In de twaalfde maand nu (dezelve is de maand Adar), op den dertienden dag derzelve, toen des konings woord en zijn wet nabij gekomen was, dat men het doen zou, ten dage, als de vijanden der Joden hoopten over hen te heersen, zo is het omgekeerd, want de Joden heersten over hun haters.

VersbegrippenMaand 12Joden Onder DreigingMensen Haten

Toen zeide Esther: Dunkt het den koning goed, men late ook morgen den Joden, die te Susan zijn, toe, te doen naar het gebod van heden; en men hange de tien zonen van Haman aan de galg.

VersbegrippenTien MensenHandelingen Van De Mens MorgenMensen Die Opgehangen Worden

Toen zeide de koning, dat men alzo doen zou; en er werd een gebod gegeven te Susan, en men hing de tien zonen van Haman op.

VersbegrippenHangenTien MensenMensen Die Opgehangen Worden

Toen zeide de HEERE tot den satan; Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen.

VersbegrippenHet Karakter Van SatanZwerversWaar Vandaan?SatanDe Duivel

Toen zeide de HEERE tot den satan: Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen.

VersbegrippenHet Karakter Van SatanZwerversWaar Vandaan?Zwerven

Toen antwoordde de satan den HEERE, en zeide: Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven.

VersbegrippenHet Karakter Van SatanVoorbeelden Van Valse BeschuldigingenMenselijke HuidLeven ZoekenOude Gezegdes

En toen zij hun ogen van verre ophieven, kenden zij hem niet, en hieven hun stem op, en weenden; daartoe scheurden zij een ieder zijn mantel, en strooiden stof op hun hoofden naar den hemel.

VersbegrippenStof, Figuurlijk GebruiktGewadenBesprenkelenScheuren Van KledingHuilenVanop Een Afstand BekijkenStof Op Het HoofdGeen Mensen HerkennenZij Die Kledij Verscheurden

Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

Toen ging voorbij mijn aangezicht een geest; hij deed het haar mijns vleses te berge rijzen.

VersbegrippenHarenHet Haar Van Het LichaamGeestwezensHaarHet VerledenVerleden

Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:

Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:

Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

Toen zag Hij haar, en vertelde ze; Hij schikte ze, en ook doorzocht Hij ze.

VersbegrippenDingen Die Onthuld Worden

Och, of ik ware, gelijk in de vorige maanden, gelijk in de dagen, toen God mij bewaarde!

VersbegrippenGod Houdt De WachtGoddelijke WaakzaamheidHet VerledenBehoud

Toen Hij Zijn lamp deed schijnen over mijn hoofd, en ik bij Zijn licht de duisternis doorwandelde;

VersbegrippenLampenGod Geeft Licht

Gelijk als ik was in de dagen mijner jonkheid, toen Gods verborgenheid over mijn tent was;

VersbegrippenGoede Voorbeelden Van KinderenBeste VriendenMenselijke Natuur

Toen de Almachtige nog met mij was, en mijn jongens rondom mij;

VersbegrippenDe AlmachtigeGod Met Specifieke Mensen

Toen ik mijn gangen wies in boter, en de rots bij mij oliebeken uitgoot;

VersbegrippenProvisies Van Rotsen

Toen ik uitging naar de poort door de stad, toen ik mijn stoel op de straat liet bereiden.

VersbegrippenStadspleinenAan De Poort Zitten

Nochtans toen ik het goede verwachtte, zo kwam het kwade; toen ik hoopte naar het licht, zo kwam de donkerheid.

VersbegrippenTeleurstellingenDe Aard Van HoopNachtPessimismeValse HoopDuistere DagenOvervallen Door De DuisternisGod Schaadde HenPatiënten

Zo zijn lenden mij niet gezegend hebben, toen hij van de vellen mijner lammeren verwarmd werd;

VersbegrippenSchapevachtDierenhuiden

Toen hielden de drie mannen op van Job te antwoorden, dewijl hij in zijn ogen rechtvaardig was.

VersbegrippenVoorbeelden Van TrotsDrie MannenIndividuen Die Niet Spreken

Of wie heeft de zee met deuren toegesloten, toen zij uitbrak, en uit de baarmoeder voortkwam?

VersbegrippenBaarmoederGoddelijke Kracht Boven NatuurStrandenDeuren SluitenDe OceaanDe Zee

Toen Ik de wolk tot haar kleding stelde, en de donkerheid tot haar windeldoek;

VersbegrippenEen Baby Inbakeren

Toen Ik voor haar met Mijn besluit de aarde doorbrak, en zette grendel en deuren;

VersbegrippenDeuren SluitenBeperkingen

Gij weet het, want gij waart toen geboren, en uw dagen zijn veel in getal.

VersbegrippenLang Leven

Is het naar uw bevel, dat de arend zich omhoog verheft, en dat hij zijn nest in de hoogte maakt? [ (Job 39:31) Hij woont en vernacht in de steenrots, op de scherpte der steenrots en der vaste plaats. ] [ (Job 39:32) Van daar speurt hij de spijze op; zijn ogen zien van verre af. ] [ (Job 39:33) Ook zuipen zijn jongen bloed; en waar verslagenen zijn, daar is hij. ] [ (Job 39:34) En de HEERE antwoordde Job, en zeide: ] [ (Job 39:35) Is het twisten met den Almachtige onderrichten? Wie God bestraft, die antwoorde daarop. ] [ (Job 39:36) Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide: ] [ (Job 39:37) Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond. ] [ (Job 39:38) Eenmaal heb ik gesproken, maar zal niet antwoorden; of tweemaal, maar zal niet voortvaren. ]

VersbegrippenBloed DrinkenLijken Eten

Toen gingen Elifaz, de Themaniet, en Bildad, de Suhiet, en Zofar, de Naamathiet, henen, en deden, gelijk als de HEERE tot hen gesproken had; en de HEERE nam het aangezicht van Job aan.

Toen daverde en beefde de aarde, en de gronden der bergen beroerden zich en daverden, omdat Hij ontstoken was.

VersbegrippenFunderingenAardbevingenBergenFundament Van De AardeGod Bezit Woede

Toen vergruisde ik hen als stof voor den wind; ik ruimde hen weg als slijk der straten.

VersbegrippenMensen UitputtenMoerassenStofVerplettert

Want, HEERE! Gij hadt mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen Gij Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt.

VersbegrippenGezicht Van GodOorzaken Van ProblemenGod VerschuiltZeven Bergen

Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen den gansen dag.

VersbegrippenVervalAfvalVeroordeling Van ZondeBiechten Van Zonde

Mijn hart werd heet in mijn binnenste, een vuur ontbrandde in mijn overdenking; toen sprak ik met mijn tong:

VersbegrippenHitteMeditatieInnerlijk VuurAndere Verwijzingen Naar Het Hart

Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven.

VersbegrippenRollenNamen Van De BijbelBoek Van De WetHet Feit Van Zijn Komst

Een psalm van David, voor den opperzangmeester. (1a) Toen de profeet Nathan tot hem was gekomen, nadat hij tot Bathseba was ingegaan. (1b) Wees mij genadig, o God! naar Uw goedertierenheid; delg mijn overtreding uit, naar de grootheid Uwer barmhartigheden.

VersbegrippenOvervloedige GenadeBezoedelenDe Aard Van ZekerheidGenade In OTLiefdevolle VriendelijkheidDe Aard Van LiefdeBarmhartigheidKwellingen Tijdens Het GebedWees Genadig!Vergevende GodOntrouw

Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Altascheth; toen Saul gezonden had, die zijn huis bewaren zouden, om hem te doden. (1a) Red mij van mijn vijanden, o mijn God! stel mij in een hoog vertrek voor degenen, die tegen mij opstaan.

VersbegrippenMuziekGod Redt Van De VijandenGods BeschermingBescherming Tegen VijandenBescherming En VeiligheidVijandelijke AanvallenJouw Familie Beschermen

O God! toen Gij voor het aangezicht Uws volks uittoogt, toen Gij daarhenen tradt in de woestijn; Sela.

VersbegrippenIsraël In De WildernisGod Die StaptPsalmen Interjecties

Toen aten zij, en werden zeer zat; zodat Hij hun hun lust toebracht.

VersbegrippenOvervloed In De Wildernis

Zij dachten niet aan Zijn hand, aan den dag, toen Hij hen van den wederpartijder verloste;

VersbegrippenGods Macht In Vraag Stellen

Toen ontwaakte de Heere, als een slapende, als een held, die juicht van den wijn.

VersbegrippenSpirituele SlaapWijnGod Die OntwaaktOntwaken

Public domain