37 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Toen' in de Bijbel

Toen zeide de HEERE tot den satan; Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen.

VersbegrippenHet Karakter Van SatanZwerversWaar Vandaan?SatanDe Duivel

Toen zeide de HEERE tot den satan: Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen.

VersbegrippenHet Karakter Van SatanZwerversWaar Vandaan?Zwerven

Toen antwoordde de satan den HEERE, en zeide: Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven.

VersbegrippenHet Karakter Van SatanVoorbeelden Van Valse BeschuldigingenMenselijke HuidLeven ZoekenOude Gezegdes

En toen zij hun ogen van verre ophieven, kenden zij hem niet, en hieven hun stem op, en weenden; daartoe scheurden zij een ieder zijn mantel, en strooiden stof op hun hoofden naar den hemel.

VersbegrippenStof, Figuurlijk GebruiktGewadenBesprenkelenScheuren Van KledingHuilenVanop Een Afstand BekijkenStof Op Het HoofdGeen Mensen HerkennenZij Die Kledij Verscheurden

Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

Toen ging voorbij mijn aangezicht een geest; hij deed het haar mijns vleses te berge rijzen.

VersbegrippenHarenHet Haar Van Het LichaamGeestwezensHaarHet VerledenVerleden

Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:

Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:

Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

Toen zag Hij haar, en vertelde ze; Hij schikte ze, en ook doorzocht Hij ze.

VersbegrippenDingen Die Onthuld Worden

Och, of ik ware, gelijk in de vorige maanden, gelijk in de dagen, toen God mij bewaarde!

VersbegrippenGod Houdt De WachtGoddelijke WaakzaamheidHet VerledenBehoud

Toen Hij Zijn lamp deed schijnen over mijn hoofd, en ik bij Zijn licht de duisternis doorwandelde;

VersbegrippenLampenGod Geeft Licht

Gelijk als ik was in de dagen mijner jonkheid, toen Gods verborgenheid over mijn tent was;

VersbegrippenGoede Voorbeelden Van KinderenBeste VriendenMenselijke Natuur

Toen de Almachtige nog met mij was, en mijn jongens rondom mij;

VersbegrippenDe AlmachtigeGod Met Specifieke Mensen

Toen ik mijn gangen wies in boter, en de rots bij mij oliebeken uitgoot;

VersbegrippenProvisies Van Rotsen

Toen ik uitging naar de poort door de stad, toen ik mijn stoel op de straat liet bereiden.

VersbegrippenStadspleinenAan De Poort Zitten

Nochtans toen ik het goede verwachtte, zo kwam het kwade; toen ik hoopte naar het licht, zo kwam de donkerheid.

VersbegrippenTeleurstellingenDe Aard Van HoopNachtPessimismeValse HoopDuistere DagenOvervallen Door De DuisternisGod Schaadde HenPatiënten

Zo zijn lenden mij niet gezegend hebben, toen hij van de vellen mijner lammeren verwarmd werd;

VersbegrippenSchapevachtDierenhuiden

Toen hielden de drie mannen op van Job te antwoorden, dewijl hij in zijn ogen rechtvaardig was.

VersbegrippenVoorbeelden Van TrotsDrie MannenIndividuen Die Niet Spreken

Of wie heeft de zee met deuren toegesloten, toen zij uitbrak, en uit de baarmoeder voortkwam?

VersbegrippenBaarmoederGoddelijke Kracht Boven NatuurStrandenDeuren SluitenDe OceaanDe Zee

Toen Ik de wolk tot haar kleding stelde, en de donkerheid tot haar windeldoek;

VersbegrippenEen Baby Inbakeren

Toen Ik voor haar met Mijn besluit de aarde doorbrak, en zette grendel en deuren;

VersbegrippenDeuren SluitenBeperkingen

Gij weet het, want gij waart toen geboren, en uw dagen zijn veel in getal.

VersbegrippenLang Leven

Is het naar uw bevel, dat de arend zich omhoog verheft, en dat hij zijn nest in de hoogte maakt? [ (Job 39:31) Hij woont en vernacht in de steenrots, op de scherpte der steenrots en der vaste plaats. ] [ (Job 39:32) Van daar speurt hij de spijze op; zijn ogen zien van verre af. ] [ (Job 39:33) Ook zuipen zijn jongen bloed; en waar verslagenen zijn, daar is hij. ] [ (Job 39:34) En de HEERE antwoordde Job, en zeide: ] [ (Job 39:35) Is het twisten met den Almachtige onderrichten? Wie God bestraft, die antwoorde daarop. ] [ (Job 39:36) Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide: ] [ (Job 39:37) Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond. ] [ (Job 39:38) Eenmaal heb ik gesproken, maar zal niet antwoorden; of tweemaal, maar zal niet voortvaren. ]

VersbegrippenBloed DrinkenLijken Eten

Toen gingen Elifaz, de Themaniet, en Bildad, de Suhiet, en Zofar, de Naamathiet, henen, en deden, gelijk als de HEERE tot hen gesproken had; en de HEERE nam het aangezicht van Job aan.

Public domain