23 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Af' in de Bijbel

En er was Anna, een profetesse, een dochter van Fanuel, uit den stam van Aser; deze was tot groten ouderdom gekomen, welke met haar man zeven jaren had geleefd van haar maagdom af.

VersbegrippenProfetesZeven JaarLeeftijdBijbelteksten Wachten Tot Het HuwelijkmammiesHuwelijkHuwelijkMaagdelijkheid

En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen.

VersbegrippenAfwijzing Van ChristusVervolging Van ChristusMensen WerpenChristus VerdrijvenMensen Die OpstaanSpringen

En Hij kwam af te Kapernaum, een stad van Galilea, en leerde hen op de sabbatdagen.

VersbegrippenStad

Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.

VersbegrippenUitdrijvingenDe Namen Voor ChristusDe Heiligheid Van Jezus ChristusVernietiging Van Satans WerkWat Hebben We Gemeenschappelijk?Gezegd De Christus Te Zijn

En als Hij afliet van spreken, zeide Hij tot Simon: Steek af naar de diepte, en werp uw netten uit om te vangen.

VersbegrippenAvontuurDiepe DingenVissenNettenDiepe ZeeënVis

En staande achter aan Zijn voeten, wenende, begon zij Zijn voeten nat te maken met tranen, en zij droogde ze af met het haar van haar hoofd, en kuste Zijn voeten, en zalfde ze met de zalf.

VersbegrippenChristus KussenUiten Van GenegenheidZalven Met OlieHarenKussendPijnHuilenMaaltijdenVochtige DingenMensen Die Dingen OpdrogenReine VoetenZorg Voor VoetenAndere Verwijzingen Naar HaarAnderen Die Rouwden

En die op de steenrots bezaaid worden, zijn dezen, die, wanneer zij het gehoord hebben, het Woord met vreugde ontvangen; en dezen hebben geen wortel, die maar voor een tijd geloven, en in den tijd der verzoeking wijken zij af.

VersbegrippenAfvalligenWaarschuwingen Tegen AfvalligheidGevallen En Verlost HartDe Universaliteit Van VerleidingVerlokkingGods Woord HorenVerleid WordenGeloof In GodVreugde In Gods WoordPadenImpulsiviteit

En het geschiedde in een van die dagen, dat Hij in een schip ging, en Zijn discipelen met Hem; en Hij zeide tot hen: Laat ons overvaren aan de andere zijde van het meer. En zij staken af.

VersbegrippenBotenOversteek Naar De Andere ZijdeHet KruisDiscipelschapZeilenMeren

En de duivelen, uitvarende van den mens, voeren in de zwijnen; en de kudde stortte van de steilte af in het meer; en versmoorde.

VersbegrippenDood Van Alle WezensAnderen Die Tenonder GingenDe DuivelDemonen VerdrijvenVarkensvleesSpringenMeren

Ook het stof, dat uit uw stad aan ons kleeft, schudden wij af op ulieden; nochtans zo weet dit, dat het Koninkrijk Gods nabij u gekomen is.

VersbegrippenGebarenStof VegenMensen Die Mensen VerlatenGods Zegeningen Zijn NabijWeten Over Gods Koninkrijk

En Jezus, antwoordende, zeide: Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen.

VersbegrippenKwetsuurMoordStelenOorzaken Van LijdenReizenGeweldMensen Strippen MensenGetroffen Door De DoodWerkelijke DievenDieven

En bij geval kwam een zeker priester denzelven weg af, en hem ziende, ging hij tegenover hem voorbij.

VersbegrippenPasserenHarteloosheidGelukPriestersVerhalen

Opdat van dit geslacht afgeeist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is van de grondlegging der wereld af.

VersbegrippenVoorbeelden Van MartelaarschapAfwerpenBeschouwenVanaf Het BeginVerantwoordelijkheid

En Hij zal zeggen: Ik zeg u, Ik ken u niet, van waar gij zijt; wijkt van Mij af, alle gij werkers der ongerechtigheid!

VersbegrippenKwaadwilligenChristus Die Mensen VerdrijftGeen Mensenkennis HebbenGod Beoordeelt Het KwaadWaar Vandaan?

In dienzelven dag, wie op het dak zal zijn, en zijn huisraad in huis, die kome niet af, om hetzelve weg te nemen; en wie op den akker zijn zal, die kere desgelijks niet naar hetgeen, dat achter is.

VersbegrippenDakBovenop Het DakMan Die TenondergaatMensen Die Niet Terugkeren

Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.

VersbegrippenNederigheidPromotieIndividuen Die Naar Huis GaanZich Vernederen

En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheus! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.

VersbegrippenMan Die TenondergaatVandaagAnderen OpjagenTijdelijk Blijven

En een uit hen sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn rechteroor af.

VersbegrippenScheiden Van Lichaamsdelen

Public domain