68 gebeurtenissen in 1 vertaling

'Doch' in de Bijbel

Doch Hanna antwoordde en zeide: Neen, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN.

VersbegrippenGietenGebed Beschreven AlsSterke DrankDronkenschapAntidepressivaStress En Moeilijke TijdenEen Gebroken HartBidden Tijdens Harde TijdenZielGebroken HartVrouwBierAlcoholisme

Doch Hanna toog niet op; maar zij zeide tot haar man: Als de jongen gespeend is, dan zal ik hem brengen, dat hij voor het aangezicht des HEEREN verschijne, en blijve daar tot in eeuwigheid.

VersbegrippenGoddelijke AfkomstDe Ouders Verlaten Voor De Echtgenoot

Doch Eli was zeer oud, en hoorde al, wat zijn zonen aan gans Israel deden, en dat zij sliepen bij de vrouwen, die met hopen samenkwamen aan de deur van de tent der samenkomst.

VersbegrippenVoorbeelden Van OverspelSchaamteTent Van OntmoetingVoorbeelden Van Buitenechtelijke SexZe Bedreven Immoraliteit

Wanneer een mens tegen een mens zondigt, zo zullen de goden hem oordelen; maar wanneer een mens tegen den HEERE zondigt, wie zal voor hem bidden? Doch zij hoorden de stem huns vaders niet, want de HEERE wilde hen doden.

VersbegrippenActiviteit Van GodGods Activiteit In IsraëlTerechtwijzingOngelovige Kinderen Tegenover Hun OudersGod DodendGod Doodt IndividuenGoddelijke MannenDood Van Een VaderOuders Die Fout Zijn

Doch de man, dien Ik u niet zal uitroeien van Mijn altaar, zou zijn om uw ogen te verteren, en om uw ziel te bedroeven; en al de menigte uws huizes zal sterven, mannen geworden zijnde.

VersbegrippenUitdrukking Van VerliesZorgenVerdrietHuilenDood Als Straf

En hij liep tot Eli en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Doch hij zeide: Ik heb niet geroepen, keer weder, leg u neder. En hij ging heen en legde zich neder.

VersbegrippenIndividuen Die LopenNeerliggen Om Te RustenZie Mij!Anderen Die OproepenGods Oproep

Doch Samuel kende de HEERE nog niet; en het woord des HEEREN was aan hem nog niet geopenbaard.

VersbegrippenDe Aard Van God KennenGods Verborgen DingenVoorgevoelens

Samuel nu lag tot aan den morgen; toen deed hij de deuren van het huis des HEEREN open; doch Samuel vreesde dit gezicht aan Eli te kennen te geven.

VersbegrippenAngst Voor Het OnbekendeDe Daad Van OpenenDe Tempel OpenenNeerliggen Om Te RustenZij Die Niets ZeggenAngst Van Individuen

En omtrent den tijd van haar sterven, zo spraken de vrouwen, die bij haar stonden: Vrees niet, want gij hebt een zoon gebaard. Doch zij antwoordde niet, en nam het niet ter harte.

VersbegrippenAntwoordAnderen Die Niet AntwoordenDood Van Een KindDood Van Een MoederWanhoopEen Baby VerwachtenVruchtbaar Zijn

Doch de hand des HEEREN was zwaar over die van Asdod, en verwoestte hen; en Hij sloeg ze met spenen, Asdod en haar landpalen.

VersbegrippenSoorten ZiektesVoorbeelden Van De Toorn Van GodZwellenKanker

Doch hij keerde weder naar Rama; want daar was zijn huis, en daar richtte hij Israel; en hij bouwde aldaar den HEERE een altaar.

VersbegrippenThuisAltaren Gebouwd DoorAltaren Voor De HeerAltaren Bouwen

Doch de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn.

VersbegrippenHoudingen Van AfwijzingOverheidDe Invloed Van God KennenAfwijzing Van GodTheorcratieOpstand Tegen God Getoond InBesteed Aandacht Aan Mensen!AfwijzingLuisteren Naar God

Hoor dan nu naar hun stem; doch als gij hen op het hoogste zult betuigd hebben, zo zult gij hen te kennen geven de wijze des konings, die over hen regeren zal.

VersbegrippenToelichtingenDe Aard Van KoningenBesteed Aandacht Aan Mensen!

Doch het volk weigerde Samuels stem te horen; en zij zeiden: Neen, maar er zal een koning over ons zijn.

VersbegrippenTheorcratieEigen Wil

Hij dan ging door het gebergte van Efraim, en hij ging door het land van Salisa, maar zij vonden ze niet; daarna gingen zij door het land van Sahalim, maar zij waren er niet; verder ging hij door het land van Jemini, doch zij vonden ze niet.

Doch Samuel riep het volk te zamen tot den HEERE, te Mizpa.

VersbegrippenGemeenteConstructie Israël

Doch de kinderen Belials zeiden: Wat zou ons deze verlossen? en zij verachtten hem, en brachten hem geen geschenk. Doch hij was als doof.

VersbegrippenGeschenkenVerwijtBeledigingenVooroordeelStilteKracht En Betekenis Van SpraakSuperioriteitVerraadIndividuen Die Niet SprekenNiemand Kan ReddenNiet Geven

Doch Nahas, de Ammoniet, zeide tot hen: Mits dezen zal ik een verbond met ulieden maken, dat ik u allen het rechteroog uitsteke; en dat ik deze schande op gans Israel legge.

VersbegrippenOorzaken Van BlindheidHandicapsOnderhandelingOnvriendelijkBeschadigde OgenVerblindendAndere VerblindingenAndere Juiste DelenOvergaveGeloofwaardigheid

Doch zo gij naar de stem des HEEREN niet zult horen, maar den mond des HEEREN wederspannig zijn, zo zal de hand des HEEREN, tegen u zijn, als tegen uw vaders.

VersbegrippenGevarenOngehoorzaamheid Tot GodGod Tegen

Toen zeide Samuel tot het volk: Vreest niet, gij hebt al dit kwaad gedaan; doch wijkt niet van achter den HEERE af, maar dient den HEERE met uw ganse hart.

VersbegrippenHart En De Heilige GeestOprechtheidDienenGod DienenGeruststelling

Doch Jonathan sloeg de bezetting der Filistijnen, die te Geba was, hetwelk de Filistijnen hoorden. Daarom blies Saul met de bazuin in het ganse land, zeggende: Laat het de Hebreen horen.

VersbegrippenTrompetGarnizoenenTrompetten Voor Signalering

En het geschiedde ten dage des strijds, dat er geen zwaard noch spies gevonden werd in de hand van het ganse volk, dat bij Saul en bij Jonathan was; doch bij Saul en bij Jonathan, zijn zoon, werden zij gevonden.

VersbegrippenSoldaten

Het geschiedde nu op een dag, dat Jonathan, de zoon van Saul, tot den jongen, die zijn wapenen droeg, zeide: Kom, en laat ons tot de bezetting der Filistijnen overgaan, welke aan gene zijde is; doch hij gaf het zijn vader niet te kennen.

VersbegrippenHarnasGarnizoenenMannelijkheidOversteek Naar De Andere ZijdeZij Die Niets Zeggen

En Ahia, de zoon van Ahitub, den broeder van Ikabod, den zoon van Pinehas, den zoon van Eli, was priester des HEEREN, te Silo, dragende den efod; doch het volk wist niet, dat Jonathan heengegaan was.

Doch zij sloegen te dien dage de Filistijnen van Michmas tot Ajalon; en het volk was zeer moede.

VersbegrippenMoeheidMoe Worden In Achtervolging

Toen vraagde Saul God: Zal ik aftrekken de Filistijnen na? Zult Gij ze in de hand van Israel overgeven? Doch Hij antwoordde hem niet te dien dage.

VersbegrippenGod Die Niet AntwoordtDoor Iemand Bij De Hand Genomen WordenSaul

Doch Saul en het ganse volk verschoonde Agag, en de beste schapen, en runderen, en de naast beste, en de lammeren, en al wat best was, en zij wilden ze niet verbannen; maar alle ding, dat verachtzaam, en dat verdwijnende was, verbanden zij.

VersbegrippenZwaarlijvigheidVoorbeelden Van HebzuchtVernietiging

Doch Samuel zeide tot Saul: Ik zal met u niet wederkeren; omdat gij het woord des HEEREN verworpen hebt, zo heeft u de HEERE verworpen, dat gij geen koning over Israel zult zijn.

VersbegrippenGevolgen Van Het Verzaken Van GodNiet Met MensenAfzettenAfwijzing

Toen riep Isai Abinadab, en hij deed hem voorbij het aangezicht van Samuel gaan; doch hij zeide: Dezen heeft de HEERE ook niet verkoren.

VersbegrippenMensen Afwijzen

Daarna liet Isai Samma voorbijgaan; doch hij zeide: Dezen heeft de HEERE ook niet verkoren.

VersbegrippenMensen Afwijzen

Alzo liet Isai zijn zeven zonen voorbij het aangezicht van Samuel gaan; doch Samuel zeide tot Isai: De HEERE heeft dezen niet verkoren.

VersbegrippenMensen AfwijzenZeven Kinderen

Doch Saul en de mannen van Israel verzamelden zich, en legerden zich in het eikendal; en stelden de slagorde tegen de Filistijnen aan.

VersbegrippenConfrontatieBijeenkomstAardse Vijanden

Doch David ging henen, en kwam weder van Saul, om zijns vaders schapen te weiden te Bethlehem.

VersbegrippenBehulpzaamZij Die Voorraad Hadden

Doch alle mannen in Israel, als zij dien man zagen, zo vluchtten zij voor zijn aangezicht, en zij vreesden zeer.

VersbegrippenLafheidEmotionele Aspecten Van LijdenDesertieIsraël Op De VluchtAngst Van Individuen

Alzo overweldigde David den Filistijn met een slinger en met een steen; en hij versloeg den Filistijn, en doodde hem; doch David had geen zwaard in de hand.

VersbegrippenPrestatieNederlaagStenen Slingeren

Toen ontstak Saul zeer, en dat woord was kwaad in zijn ogen, en hij zeide: Zij hebben David tien duizend gegeven, doch mij hebben zij maar duizend gegeven; en voorzeker zal het koninkrijk nog voor hem zijn.

VersbegrippenTemperenVoorbeeld Van AfgunstNiet Houden VanFrustratieWoedende Mensen

Doch gans Israel en Juda had David lief; want hij ging uit en hij ging in voor hun aangezicht.

VersbegrippenStammen Van IsraëlBuitengaan En BinnenkomenZij Die Liefhadden

Doch David zeide tot Saul: Wie ben ik, en wat is mijn leven, en mijns vaders huisgezin in Israel, dat ik des konings schoonzoon zou worden?

VersbegrippenStammenNederigheidVereisten Voor PredikantenBedeesdheidSchoonzonenIk Ben Onbelangrijk

Doch Michal, de dochter van Saul, had David lief. Toen dat Saul te kennen werd gegeven, zo was die zaak recht in zijn ogen.

VersbegrippenGewoonten In Verband Met Het HuwelijkDoelen Van Het HuwelijkMannen En Vrouwen Die LiefhaddenSaul

Derhalve sprak Saul tot zijn zoon Jonathan en tot al zijn knechten, om David te doden. Doch Jonathan, Sauls zoon, had groot welgevallen aan David.

Doch ik zal uitgaan, en aan de hand mijns vaders staan op het veld, waar gij zult zijn; en ik zal van u tot mijn vader spreken, en zal zien wat het zij; dat zal ik u verkondigen.

VersbegrippenInformatie Geven

Doch de boze geest des HEEREN was over Saul, en hij zat in zijn huis, en zijn spies was in zijn hand; en David speelde op snarenspel met de hand;

VersbegrippenAlarmOverwinning Op Het KwaadGeestenInstrumentalistenGeestesziekte

Saul nu zocht met de spies David aan den wand te spitten, doch hij ontweek van het aangezicht van Saul, die met de spies in den wand sloeg. Toen vlood David, en ontkwam in dienzelfden nacht.

VersbegrippenOntsnappen, Fysieke DingenVoorbeelden Van OntsnappenOntsnappen Aan MensenPogingen Om Bepaalde Mensen Te DodenSaul

Doch de jongen wist er niets van; Jonathan en David alleen wisten van de zaak.

VersbegrippenOnwetendheid Van Feiten

Doch de knechten van Achis zeiden tot hem: Is deze niet David, de koning des lands? Zong men niet van dezen in de reien, zeggende: Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden?

VersbegrippenDansOverdrijvingenPopulariteitVergelijkingenDuizend MensenVeel VijandenVele Mensen DodenSaul En David

Doch de profeet Gad zeide tot David: Blijf in de vesting niet, ga heen, en ga in het land van Juda. Toen ging David heen, en hij kwam in het woud Chereth.

VersbegrippenBossenGenoemde Profeten Van De Heer

Doch de koning zeide: Achimelech, gij moet den dood sterven, gij en het ganse huis uws vaders.

En de koning zeide tot de trawanten, die bij hem stonden: Wendt u, en doodt de priesters des HEEREN, omdat hun hand ook met David is, en omdat zij geweten hebben, dat hij vluchtte, en hebben het voor mijn oren niet geopenbaard. Doch de knechten des konings wilden hun hand niet uitsteken, om op de priesters des HEEREN aan te vallen.

VersbegrippenVluchtelingenPriesters DodenAnderen Die Gevlucht ZijnOnwillige MensenZij Die Niets Zeggen

Doch een der zonen van Achimelech, den zoon van Ahitub, ontkwam, wiens naam was Abjathar; die vluchtte David na.

VersbegrippenOntsnappen Aan Mensen

Doch de mannen Davids zeiden tot hem: Zie, wij vrezen hier in Juda; hoeveel te meer, als wij naar Kehila tegen der Filistijnen slagorden gaan zullen.

David nu bleef in de woestijn in de vestingen, en hij bleef op den berg in de woestijn Zif; en Saul zocht hem alle dagen, doch God gaf hem niet over in zijn hand.

VersbegrippenDe Opgang Van DavidVersterkingenVestingenBergenZelfverdedigingVoortdurendAltijd Actief ZijnHet Niet In Iemands Handen GevenZij Op Zoek Naar Mensen

Doch daar kwam een bode tot Saul, zeggende: Haast u, en kom, want de Filistijnen zijn in het land gevallen.

VersbegrippenBoodschapperAnderen Opjagen

Doch het geschiedde daarna, dat Davids hart hem sloeg, omdat hij de slip van Saul afgesneden had.

VersbegrippenSchuldig GewetenVernieuwd Hart

Zie, te dezen dage hebben uw ogen gezien, dat de HEERE u heden in mijn hand gegeven heeft in deze spelonk, en men zeide, dat ik u doden zou; doch mijn hand verschoonde u, want ik zeide: Ik zal mijn hand niet uitsteken tegen mijn heer, want hij is de gezalfde des HEEREN.

VersbegrippenDe Gezalfde Van De HeerIn De Hand Gegeven

Doch de HEERE zal zijn tot Rechter, en richten tussen mij en tussen u, en zien daarin, en twisten mijn twist, en richten mij van uw hand.

VersbegrippenGod Als RechterDe Gerechtigheid Van God

Doch een jongeling uit de jongelingen boodschapte het aan Abigail, de huisvrouw van Nabal, zeggende: Zie, David heeft boden gezonden uit de woestijn, om onzen heer te zegenen; maar hij is tegen hen uitgevaren.

VersbegrippenGroetenAndere Mensen BeledigenVertellen Over Gebeurtenissen

En zij zeide tot haar jongelingen: Trekt heen voor mijn aangezicht; ziet, ik kom achter ulieden; doch haar man Nabal gaf zij het niet te kennen.

VersbegrippenZij Die Niets Zeggen

Doch hij weigerde het, en zeide: Ik zal niet eten. Maar zijn knechten, en ook de vrouw, hielden bij hem aan. Toen hoorde hij naar hun stem, en hij stond op van de aarde, en zette zich op het bed.

VersbegrippenEetlust VerliezenBedden

En de vorsten der Filistijnen togen daarheen met honderden, en met duizenden; doch David met zijn mannen togen met Achis in den achtertocht.

VersbegrippenHeersersSamen Vechten

Doch de oversten der Filistijnen werden zeer toornig op hem, en de oversten der Filistijnen zeiden tot hem: Doe den man wederkeren, dat hij tot zijn plaats wederkere, waar gij hem besteld hebt, en dat hij niet met ons aftrekke in den strijd, opdat hij ons niet tot een tegenpartijder worde in den strijd; want waarmede zou deze zich bij zijn heer aangenaam maken? Is het niet met de hoofden dezer mannen?

VersbegrippenMensen Naar Huis SturenAnoniemen Mensen Kwaad Tegen Anderen

En dat zij de vrouwen, die daarin waren, gevankelijk weggevoerd hadden; doch zij hadden niemand doodgeslagen, van den kleinste tot den grootste, maar hadden ze weggevoerd en waren huns weegs gegaan.

En David werd zeer bang, want het volk sprak van hem te stenigen; want de zielen van het ganse volk waren verbitterd, een iegelijk over zijn zonen en over zijn dochteren; doch David sterkte zich in den HEERE, zijn God.

VersbegrippenVol Van GebedWrok Tegenover MensenStenigenBitter ZijnMoedVertrouwen Op GodGod Versterkt De MensenAngst Voor StenigingMoed En KrachtFamilie KrachtStress En Moeilijke TijdenFamilie ProblemenTragedieMotivatieAanmoedigenVerheffendMezelf

Public domain