'Jezus' in de Bijbel
- 1.Mattheüs 1:1-Mattheüs 19:14
- 2.Mattheüs 19:18-Markus 8:17
- 3.Markus 8:27-Lukas 8:39
- 4.Lukas 8:40-Johannes 4:46
- 5.Johannes 4:47-Johannes 11:51
- 6.Johannes 11:54-Johannes 21:20
- 7.Johannes 21:21-Romeinen 15:8
- 8.Romeinen 15:16-Filippenzen 3:12
- 9.Filippenzen 3:14-1 Petrus 4:11
- 10.1 Petrus 5:10-Openbaring 22:21
En het geschiedde, als Jezus wederkeerde, dat Hem de schare ontving; want zij waren allen Hem verwachtende.
En ziet, er kwam een man, wiens naam was Jairus, en hij was een overste der synagoge; en hij viel aan de voeten van Jezus, en bad Hem, dat Hij in zijn huis wilde komen.
En Jezus zeide: Wie is het, die Mij heeft aangeraakt? En als zij het allen ontkenden, zeide Petrus en die met hem waren: Meester, de scharen drukken en verdringen U, en zegt Gij: Wie is het, die Mij aangeraakt heeft?
En Jezus zeide: Iemand heeft Mij aangeraakt; want Ik heb bekend, dat kracht van Mij uitgegaan is.
Maar Jezus, dat horende, antwoordde hem, zeggende: Vrees niet, geloof alleenlijk, en zij zal behouden worden.
En het geschiedde, als zij van Hem afscheidden, zo zeide Petrus tot Jezus: Meester, het is goed, dat wij hier zijn; en laat ons drie tabernakelen maken, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elias een; niet wetende, wat hij zeide.
En als de stem geschiedde, zo werd Jezus alleen gevonden. En zij zwegen stil, en verhaalden in die dagen niemand iets van hetgeen zij gezien hadden.
En Jezus, antwoordende, zeide: O ongelovig en verkeerd geslacht, hoe lang zal Ik nog bij ulieden zijn, en ulieden verdragen? Breng uw zoon hier.
En nog, als hij naar Hem toekwam, scheurde hem de duivel, en verscheurde hem; maar Jezus bestrafte den onreinen geest, en maakte het kind gezond, en gaf hem zijn vader weder.
En zij werden allen verslagen over de grootdadigheid Gods. En als zij allen zich verwonderden over al de dingen, die Jezus gedaan had, zeide Hij tot Zijn discipelen:
Maar Jezus, ziende de overleggingen hunner harten, nam een kindeken, en stelde dat bij Zich;
En Jezus zeide tot hem: Verbied het niet; want wie tegen ons niet is, die is voor ons.
En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge.
Maar Jezus zeide tot hem: Laat de doden hun doden begraven; doch gij, ga heen en verkondig het Koninkrijk Gods.
En Jezus zeide tot hem: Niemand, die zijn hand aan den ploeg slaat, en ziet naar hetgeen achter is, is bekwaam tot het Koninkrijk Gods.
Te dier ure verheugde Zich Jezus in den geest, en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde; dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard; ja, Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor U.
Maar hij, willende zichzelven rechtvaardigen, zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste?
En Jezus, antwoordende, zeide: Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen.
En hij zeide: Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft. Zo zeide dan Jezus tot hem: Ga heen, en doe gij desgelijks.
En deze had een zuster, genaamd Maria, welke ook, zittende aan de voeten van Jezus, Zijn woord hoorde.
En Jezus, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen;
En Jezus antwoordde, en zeide tot hen: Meent gij, dat deze Galileers zondaars zijn geweest boven al de Galileers, omdat zij zulks geleden hebben?
En Jezus, haar ziende, riep haar tot Zich, en zeide tot haar: Vrouw, gij zijt verlost van uw krankheid.
En de overste der synagoge, kwalijk nemende, dat Jezus op den sabbat genezen had, antwoordde en zeide tot de schare: Er zijn zes dagen, in welke men moet werken; komt dan in dezelve, en laat u genezen, en niet op den dag des sabbats.
En Jezus, antwoordende, zeide tot de wetgeleerden en Farizeen, en sprak: Is het ook geoorloofd op den sabbat gezond te maken?
En zij verhieven hun stem, zeggende: Jezus, Meester! ontferm U onzer!
En Jezus, antwoordende, zeide: Zijn niet de tien gereinigd geworden, en waar zijn de negen?
Maar Jezus riep dezelve kinderkens tot Zich, en zeide: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.
En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God.
Doch Jezus, dit horende, zeide tot hem: Nog een ding ontbreekt u; verkoop alles, wat gij hebt, en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij.
Jezus nu, ziende, dat hij geheel droevig geworden was, zeide: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan!
En zij boodschapten hem, dat Jezus de Nazarener voorbijging.
En hij riep, zeggende: Jezus, Gij Zone Davids, ontferm U mijner!
En Jezus, stilstaande, beval, dat men denzelven tot Hem brengen zou; en als hij nabij Hem gekomen was, vraagde Hij hem,
En Jezus zeide tot hem: Word ziende; uw geloof heeft u behouden.
En zocht Jezus te zien, wie Hij was; en kon niet vanwege de schare, omdat hij klein van persoon was.
En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheus! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.
En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze een zoon van Abraham is.
En zij brachten hetzelve tot Jezus. En hun klederen op het veulen geworpen hebbende, zetten zij Jezus daarop.
En Jezus zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe.
En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: De kinderen dezer eeuw trouwen, en worden ten huwelijk uitgegeven;
En als Hij nog sprak, ziet daar een schare; en een van de twaalven, die genaamd was Judas, ging hun voor, en kwam bij Jezus, om Hem te kussen.
En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij den Zoon des mensen met een kus?
En Jezus, antwoordende, zeide: Laat hen tot hiertoe geworden; en raakte zijn oor aan, en heelde hem.
En Jezus zeide tot de overpriesters, en de hoofdmannen des tempels, en ouderlingen, die tegen Hem gekomen waren: Zijt gij uitgegaan met zwaarden en stokken als tegen een moordenaar?
En de mannen, die Jezus hielden, bespotten Hem, en sloegen Hem.
En als Herodes Jezus zag, werd hij zeer verblijd; want hij was van over lang begerig geweest Hem te zien, omdat hij veel van Hem hoorde; en hoopte enig teken te zien, dat van Hem gedaan zou worden.
Pilatus dan riep hun wederom toe, willende Jezus loslaten.
En hij liet hun los dengene, die om oproer en doodslag in de gevangenis geworpen was, welken zij geeist hadden; maar Jezus gaf hij over tot hun wil.
En als zij Hem wegleidden, namen zij een Simon van Cyrene, komende van den akker, en legden hem het kruis op, dat hij het achter Jezus droeg.
En Jezus, Zich tot haar kerende zeide: Gij dochters van Jeruzalem! weent niet over Mij, maar weent over uzelven, en over uw kinderen.
En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen. En verdelende Zijn klederen, wierpen zij het lot.
En hij zeide tot Jezus: Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.
En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.
En Jezus, roepende met grote stemme, zeide: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij den geest.
Deze ging tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus.
En ingegaan zijnde, vonden zij het lichaam van den Heere Jezus niet.
En het geschiedde, terwijl zij samen spraken, en elkander ondervraagden, dat Jezus Zelf bij hen kwam, en met hen ging.
En Hij zeide tot hen: Welke? En zij zeiden tot Hem: De dingen aangaande Jezus den Nazarener, Welke een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk.
En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!
Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.
Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!
En ziende op Jezus, daar wandelende, zeide hij: Ziet, het Lam Gods!
En die twee discipelen hoorden hem dat spreken, en zij volgden Jezus.
En Jezus Zich omkerende, en ziende hen volgen, zeide tot hen:
En hij leidde hem tot Jezus. En Jezus, hem aanziende, zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Jonas; gij zult genaamd worden Cefas, hetwelk overgezet wordt Petrus.
Des anderen daags wilde Jezus heengaan naar Galilea, en vond Filippus, en zeide tot hem: Volg Mij.
Filippus vond Nathanael en zeide tot hem: Wij hebben Dien gevonden, van Welken Mozes in de wet geschreven heeft, en de profeten, namelijk Jezus, den zoon van Jozef, van Nazareth.
Jezus zag Nathanael tot Zich komen, en zeide tot hem: Zie, waarlijk een Israeliet, in welken geen bedrog is.
Nathanael zeide tot Hem: Van waar kent Gij mij? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Eer u Filippus riep, daar gij onder den vijgeboom waart, zag Ik u.
Jezus antwoordde en zeide tot hem: Omdat Ik u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgeboom, zo gelooft gij; gij zult grotere dingen zien dan deze. [ (John 1:52) En Hij zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Van nu aan zult gij den hemel zien geopend, en de engelen Gods opklimmende en nederdalende op den Zoon des mensen. ]
En op den derden dag was er een bruiloft te Kana in Galilea; en de moeder van Jezus was aldaar.
En Jezus was ook genood, en Zijn discipelen, tot de bruiloft.
En als er wijn ontbrak, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn.
Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn ure is nog niet gekomen.
Jezus zeide tot hen: Vult de watervaten met water. En zij vulden ze tot boven toe.
Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.
En het pascha der Joden was nabij, en Jezus ging op naar Jeruzalem.
Jezus antwoordde en zeide tot hen: Breekt dezen tempel, en in drie dagen zal Ik denzelven oprichten.
Daarom, als Hij opgestaan was van de doden, werden Zijn discipelen gedachtig, dat Hij dit tot hen gezegd had, en zij geloofden de Schrift, en het woord, dat Jezus gesproken had.
Maar Jezus Zelf betrouwde hun Zichzelven niet, omdat Hij hen allen kende,
Deze kwam des nachts tot Jezus, en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij zijt een Leraar van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen, die Gij doet, zo God met hem niet is.
Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.
Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.
Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zijt gij een leraar van Israel, en weet gij deze dingen niet?
Na dezen kwam Jezus en Zijn discipelen in het land van Judea, en onthield Zich aldaar met hen, en doopte.
Als dan de Heere verstond, dat de Farizeen gehoord hadden, dat Jezus meer discipelen maakte en doopte dan Johannes;
(Hoewel Jezus zelf niet doopte, maar Zijn discipelen),
En aldaar was de fontein Jakobs. Jezus dan, vermoeid zijnde van de reize, zat alzo neder nevens de fontein. Het was omtrent de zesde ure.
Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Jezus zeide tot haar: Geef Mij te drinken.
Jezus antwoordde en zeide tot haar: Indien gij de gave Gods kendet, en Wie Hij is, Die tot u zegt: Geef Mij te drinken, zo zoudt gij van Hem hebben begeerd, en Hij zoude u levend water gegeven hebben.
Jezus antwoordde, en zeide tot haar: Een ieder, die van dit water drinkt, zal wederom dorsten:
Jezus zeide tot haar: Ga heen, roep uw man, en kom hier.
De vrouw antwoordde en zeide: Ik heb geen man. Jezus zeide tot haar: Gij hebt wel gezegd: Ik heb geen man.
Jezus zeide tot haar: Vrouw, geloof Mij, de ure komt, wanneer gijlieden, noch op dezen berg, noch te Jeruzalem, den Vader zult aanbidden.
Jezus zeide tot haar: Ik ben het, Die met u spreek.
Jezus zeide tot hen: Mijn spijs is, dat Ik doe den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, en Zijn werk volbrenge.
Want Jezus heeft Zelf getuigd, dat een profeet in zijn eigen vaderland geen eer heeft.
Zo kwam dan Jezus wederom te Kana in Galilea, waar Hij het water wijn gemaakt had. En er was een zeker koninklijk hoveling, wiens zoon krank was, te Kapernaum.
Zoekresultaten vervolgd...
- 1.Mattheüs 1:1-Mattheüs 19:14
- 2.Mattheüs 19:18-Markus 8:17
- 3.Markus 8:27-Lukas 8:39
- 4.Lukas 8:40-Johannes 4:46
- 5.Johannes 4:47-Johannes 11:51
- 6.Johannes 11:54-Johannes 21:20
- 7.Johannes 21:21-Romeinen 15:8
- 8.Romeinen 15:16-Filippenzen 3:12
- 9.Filippenzen 3:14-1 Petrus 4:11
- 10.1 Petrus 5:10-Openbaring 22:21
Verwante onderwerpen
- Aanvaarding Van Jezus Christus
- Adam en Jezus Christus
- Alle Autoriteit Is Aan Jezus Gegeven
- Avonden Voor Jezus En Zijn Discipelen
- Baby Jezus
- Bloed Van Jezus Christus
- De Aanbidding Van Jezus Christus
- De Alomtegenwoordigheid Van Jezus Christus
- De Apostelen Tijdens Het Aards Verblijf Van Jezus
- De Bijbel Over Jezus
- De Dood Van Christus
- De Eeuwigheid Van Jezus Christus
- De Geboorte Van Jezus
- De Geboorte Van Jezus
- De Gehoorzaamheid Van Jezus Christus
- De Heer Jezus Christus
- De Heiland Jezus Christus
- De Heiligheid Van Jezus Christus
- De Houding Van Jezus Christus Tegenover De Wet
- De Huidige Activiteiten Van Jezus Christus
- De Kijk Van Jezus Op Inspiratie
- De Koning Jezus Christus
- De Liefde Van Jezus Christus
- De Mens Tot Jezus Brengen
- De Missie Van Jezus Christus
- De Namen Voor Christus
- De Opstanding Van Jezus Christus
- De Rol Van Jezus In De Verlossing
- De Tombe Van Jezus
- De Toorn Van Jezus
- De Uitspraken Van Jezus Over De Geest
- De Vader
- De Verrijzenis Van Jezus Christus
- De Verzoeking Van Jezus Christus
- De Voorspellingen Van Jezus Christus
- De Zachtmoedigheid Van Jezus Christus
- Dwazen, In De Leer Van Jezus Christus
- Genade En Elegantie
- Genade En Jezus Christus
- Genade Van Jezus Christus
- Genade Voor Jou
- Getuigen Over Jezus Christus
- Gods Glorie In Jezus Christus
- Heerschappijn Van Jezus Christus
- Hersteld In Jezus Christus
- Het Bloed Van Jezus
- Het Geselen Van Jezus
- Het Ontvangen Van Jezus Als Een Gast
- Hoe Jezus Het Hart Kent
- Huilen Tot Jezus
- Jezus
- Jezus Als De Geliefde Zoon
- Jezus Als De Zoon Van Een Man
- Jezus Als Een Echtgenoot
- Jezus Als Een Kind
- Jezus Als Een Koning Der Koningen
- Jezus Als Onze Leraar
- Jezus Als Voedsel
- Jezus Als Zoon Van David
- Jezus Beweert De Christus Te Zijn
- Jezus Christus Volgen
- Jezus Christus, De Godheid
- Jezus Christus, De Rechter
- Jezus Christus, De Relatie Tot De Vader
- Jezus Christus, De Schepper
- Jezus Christus, De Zoon Van God
- Jezus Christus, Priesterschap
- Jezus Christus, Zonder Zonden
- Jezus De Profeet
- Jezus Die Bidt
- Jezus Die Demonen Verdrijft
- Jezus Die Geneest
- Jezus Die Geneest Op Sabbat
- Jezus Die Met Jou Is
- Jezus Die Parabels Gebruikt
- Jezus Die Zijn Vijanden Vernietigt
- Jezus Dienen
- Jezus Erkend Als De Christus
- Jezus Gehoorzamen
- Jezus Nabootsen
- Jezus Slaan
- Jezus Veroordelen
- Kennis Over Jezus Christus
- Kerkelijk Gezag Van Jezus Christus
- Kinderen In De Wonderen Van Jezus Christus
- Kinderen Met Jezus
- Kinderen, In Jezus' Wonderen
- Leren Van Jezus
- Liefde Van Jezus Voor De Heiligen
- Lijden Van Jezus Christus
- Menigtes Rondom Jezus
- Missie Van Jezus Christus
- Namen En Titels Voor Christus
- Niet Geloven In Jezus
- Onberispelijkheid Van Jezus Christus
- Onderscheidingsvermogen van Jezus
- Ontkenning Van Jezus Christus
- Relatie Tussen Vader En Zoon
- Verbintenis Tot Jezus Christus
- Vertellen Over Jezus
- Verwondering Over Jezus Christus
- Vijanden Van Jezus Christus
- Vitten Op Jezus
- Voorbeelden Van De Liefde Voor Jezus
- Voorspellingen Uitgesproken Door Jezus
- Vragen In Jezus' Naam
- Vrijheid Door Jezus Christus
- Waarom Doet Jezus Dit?
- Wie Is Jezus?
- Wolken En Jezus Christus