'Leven' in de Bijbel
Gij dan, o mensenkind! zeg tot de kinderen uws volks: De gerechtigheid des rechtvaardigen zal hem niet redden ten dage zijner overtreding; en aangaande de goddeloosheid des goddelozen, hij zal om dezelve niet vallen, ten dage als hij zich van zijn goddeloosheid bekeert; en de rechtvaardige zal niet kunnen leven door dezelve zijn gerechtigheid, ten dage als hij zondigt.
Als Ik tot den rechtvaardige zeg, dat hij zekerlijk leven zal, en hij op zijn gerechtigheid vertrouwt, en onrecht doet, zo zullen al zijn gerechtigheden niet gedacht worden, maar in zijn onrecht, dat hij doet, daarin zal hij sterven.
Geeft de goddeloze het pand weder, betaalt hij het geroofde, wandelt hij in de inzettingen des levens, zodat hij geen onrecht doet; hij zal zekerlijk leven, hij zal niet sterven.
Al zijn zonden, die hij gezondigd heeft, zullen hem niet gedacht worden; hij heeft recht en gerechtigheid gedaan, hij zal zekerlijk leven.
En als de goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, en doet recht en gerechtigheid, zo zal hij daarin leven.
En Ik zal Mijn Geest in u geven, en gij zult leven, en Ik zal u in uw land zetten; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, dit gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE.
Ja, het zal geschieden, dat alle levende ziel, die er wemelt, overal, waarhenen een der twee beken zal komen, leven zal, en daar zal zeer veel vis zijn, omdat deze wateren daarhenen zullen gekomen zijn, en zij zullen gezond worden, en het zal leven, alles, waarhenen deze beek zal komen.
En vanwege de grootheid, die Hij hem gegeven had, beefden en sidderden alle volken, natien en tongen voor hem; dien hij wilde, doodde hij, en dien hij wilde, behield hij in het leven, en dien hij wilde, verhoogde hij, en dien hij wilde, vernederde hij.
Aangaande ook de overige dieren, men nam hun heerschappij weg, want verlenging van het leven was hun gegeven tot tijd en stonde toe.
En velen van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en tot eeuwige afgrijzing.
Hij zal ons na twee dagen levend maken; op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven.
Zij zullen wederkeren, zittende onder zijn schaduw; zij zullen ten leven voortbrengen als koren, en bloeien als de wijnstok; zijn gedachtenis zal zijn als de wijn van Libanon.
Ik was nedergedaald tot de gronden der bergen; de grendelen der aarde waren om mij henen in eeuwigheid; maar Gij hebt mijn leven uit het verderf opgevoerd, o HEERE, mijn God!
Nu dan, HEERE! neem toch mijn ziel van mij; want het is mij beter te sterven dan te leven.
En het geschiedde, als de zon oprees, dat God een stillen oostenwind beschikte; en de zon stak op het hoofd van Jona, dat hij amechtig werd; en hij wenste zijner ziel te mogen sterven, en zeide: Het is mij beter te sterven dan te leven.
Ziet, zijn ziel verheft zich, zij is niet recht in hem; maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.
HEERE! als ik Uw rede gehoord heb, heb ik gevreesd; Uw werk, o HEERE! behoud dat in het leven in het midden der jaren, maak het bekend in het midden der jaren; in den toorn gedenk des ontfermens.
Uw vaderen, waar zijn die? En de profeten, zullen zij in eeuwigheid leven?
En Ik zal hen onder de volken zaaien, en zij zullen Mijner gedenken in verre plaatsen; en zij zullen leven met hun kinderen, en wederkeren.
En het zal geschieden, wanneer iemand meer profeteert, dat zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, tot hem zullen zeggen: Gij zult niet leven, dewijl gij valsheid gesproken hebt in den Naam des HEEREN; en zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, zullen hem doorsteken, wanneer hij profeteert.
Mijn verbond met hem was het leven, en de vrede; en Ik gaf hem die tot een vreze; en hij vreesde Mij, en hij werd om Mijns Naams wil verschrikt.
Doch Hij, antwoordende, zeide: Er is geschreven: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat.
Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding?
Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden.
Als Hij deze dingen tot hen sprak, ziet, een overste kwam en aanbad Hem, zeggende: Mijn dochter is nu terstond gestorven, doch kom en leg Uw hand op haar, en zij zal leven.
Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal hetzelve vinden.
Indien dan uw hand of uw voet u ergert, houwt ze af en werpt ze van u. Het is u beter, tot het leven in te gaan, kreupel of verminkt zijnde, dan twee handen of twee voeten hebbende, in het eeuwige vuur geworpen te worden.
En indien uw oog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u. Het is u beter, maar een oog hebbende, tot het leven in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden.
En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot Hem: Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?
En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden.
En zo wie zal verlaten hebben, huizen, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijns Naams wil, die zal honderdvoud ontvangen, en het eeuwige leven beerven.
En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.
En bad Hem zeer, zeggende: Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat Gij komt en de handen op haar legt, opdat zij behouden worde, en zij zal leven.
Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven zal verliezen, om Mijnentwil, en om des Evangelies wil, die zal hetzelve behouden.
En indien uw hand u ergert, houwt ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk vuur;
En indien uw voet u ergert, houwt hem af; het is u beter kreupel tot het leven in te gaan, dan de twee voeten hebbende, geworpen te worden in de hel, in het onuitblusselijk vuur;
En als Hij uitging op den weg, liep een tot Hem, en voor Hem op de knieen vallende, vraagde Hem: Goede Meester! wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beerve?
Of hij ontvangt honderdvoud, nu in dezen tijd, huizen, en broeders, en zusters, en moeders, en kinderen, en akkers, met de vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.
En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.
Want zo wie zijn leven behouden wil, die zal het verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal het behouden.
En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven?
En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven.
En Hij zeide tot Zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten zult, noch voor het lichaam, waarmede gij u kleden zult.
Het leven is meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding.
Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, en moeder, en vrouw, en kinderen, en broeders, en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.
Maar Abraham zeide: Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten.
Zo wie zijn leven zal zoeken te behouden, die zal het verliezen; en zo wie hetzelve zal verliezen, die zal het in het leven behouden.
En een zeker overste vraagde Hem, zeggende: Goede Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven?
Die niet zal veelvoudig weder ontvangen in dezen tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.
God nu is niet een God der doden, maar der levenden; want zij leven Hem allen.
In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen.
Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.
Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven.
En die maait, ontvangt loon, en vergadert vrucht ten eeuwigen leven; opdat zich te zamen verblijde, beide, die zaait en die maait.
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven.
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De ure komt, en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven.
Want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelven, alzo heeft Hij ook den Zoon gegeven, het leven te hebben in Zichzelven;
Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.
En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben.
Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen ulieden geven zal; want Dezen heeft God de Vader verzegeld.
Want het Brood Gods is Hij, Die uit den hemel nederdaalt, en Die der wereld het leven geeft.
En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.
Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld.
Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven.
Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leve door den Vader; alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij.
Dit is het Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; niet gelijk uw vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.
De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.
De dief komt niet, dan opdat hij stele, en slachte, en verderve; Ik ben gekomen, opdat zij het leven hebben, en overvloed hebben.
Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.
Gelijkerwijs de Vader Mij kent, alzo ken Ik ook den Vader; en Ik stel Mijn leven voor de schapen.
Daarom heeft mij de Vader lief, overmits Ik Mijn leven afleg, opdat Ik hetzelve wederom neme.
En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.
Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven;
Die zijn leven liefheeft, zal hetzelve verliezen; en die zijn leven haat in deze wereld, zal hetzelve bewaren tot het eeuwige leven.
En Ik weet, dat Zijn gebod het eeuwige leven is. Hetgeen Ik dan spreek, dat spreek Ik alzo, gelijk Mij de Vader gezegd heeft.
Petrus zeide tot Hem: Heere, waarom kan ik U nu niet volgen? Ik zal mijn leven voor U zetten.
Jezus antwoordde hem: Zult gij uw leven voor Mij zetten? Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De haan zal niet kraaien, totdat gij Mij driemaal verloochend zult hebben.
Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.
Nog een kleinen tijd, en de wereld zal Mij niet meer zien; maar gij zult Mij zien; want Ik leef, en gij zult leven.
Niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden.
Gelijkerwijs Gij Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat al wat Gij Hem gegeven hebt, Hij hun het eeuwige leven geve.
En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.
Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam.
In Zijn vernedering is Zijn oordeel weggenomen; en wie zal Zijn geslacht verhalen? Want Zijn leven wordt van de aarde weggenomen.
En als zij dit hoorden, waren zij tevreden, en verheerlijkten God, zeggende: Zo heeft dan God ook den heidenen de bekering gegeven ten leven!
Als nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich, en prezen het Woord des Heeren; en er geloofden zovelen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven.
En wordt ook van mensenhanden niet gediend, als iets behoevende, alzo Hij Zelf allen het leven en den adem, en alle dingen geeft;
Want in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij; gelijk ook enigen van uw poeten gezegd hebben: Want wij zijn ook Zijn geslacht.
Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, welken ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.
Maar hadden tegen hem enige vragen van hun godsdienst, en van zekeren Jezus, Die gestorven was, Welken Paulus zeide te leven.
En Festus zeide: Koning Agrippa, en gij mannen allen, die met ons hier tegenwoordig zijt, gij ziet dezen, van welken mij de ganse menigte der Joden heeft aangesproken, beide te Jeruzalem en hier, roepende, dat hij niet meer behoort te leven.
Mijn leven dan van der jonkheid aan, hetwelk van den beginne onder mijn volk te Jeruzalem geweest is, weten al de Joden;
En zeide tot hen: Mannen, ik zie, dat de vaart zal geschieden met hinder en grote schade, niet alleen van de lading en van het schip, maar ook van ons leven.
Doch alsnu vermaan ik ulieden goedsmoeds te zijn; want er zal geen verlies geschieden van iemands leven onder u, maar alleen van het schip.
En als de barbaren het beest zagen aan zijn hand hangen, zeiden zij tot elkander: Deze mens is gewisselijk een doodslager, welken de wraak niet laat leven, daar hij uit de zee ontkomen is.
Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.
Zoekresultaten vervolgd...
Verwante onderwerpen
- Aanmoediging In Het Leven
- Aanvaarden Van Christus
- Aaron, Levensweg
- Abraham, Roeping En Levensloop
- Actieve Levensstijlen
- Al Het Leven Is Afhankelijk Van God
- Als Je De Geboden Volgt
- Balans In Het Leven
- Behoud
- Beloftes Van Het Evangelie
- Betekenis Van Het Verrezen Leven
- Beweringen
- Bijbel In Het Christelijk Leven
- Bijbelteksten Het Leven Verliezen
- Blij Zijn En Van Het Leven Genieten
- Bloed Als Basis Van Het Leven
- Boek Des Levens
- Broeder/Zuster Liefde
- Broederschap Met Christus
- De Aard Van Discipelschap
- De Aard Van Eeuwig Leven
- De Aard Van Spiritueel Leven
- De Dood Van Christus
- De Heilige Geest Die Leven Brengt
- De Korte Duur Van Het Leven
- De Kosten Van Discipelschap
- De Kracht Van Woorden
- De Rechtvaardigen
- De Stormen Van Het Leven
- De Strijd Des Levens
- De Vader
- De Wet Naleven
- Dienstbaarheid In Het Leven Van Gelovigen
- Dood
- Dood Aan Zonde
- Dood Van
- Dood Van Een Familielid
- Dood Van Geliefde
- Door De Mens In Leven Gehouden Worden
- Door God In Leven Gehouden Worden
- Duur Van Het Leven
- Een Geliefd Persoon Verliezen
- Eeuwig Leven
- Eeuwigdurend
- Eeuwigheid
- Enige Overlevenden
- Ervaring Van Eeuwig Leven
- Familie Dood
- Fonteinen Van Leven
- Geduld In Het Christelijk Leven
- Geen Overlevenden
- Geen Zorgen
- Geloof Redden
- Genade En Christen Leven
- Genieten Van Het Leven
- Gerechtigheid In Het Leven Van Gelovigen
- Gered Door Geloof
- Gevolgen Van De Afwezigheid Van Hoop
- God Geeft Leven
- God, De Eeuwige
- God, Levend En Zelfvoorzienend
- Gods Actie In Het Menselijk Leven
- Gods Liefde Voor Ons
- Gods Onthulde Dingen
- Gods Woord Is Rechtvaardig
- Heiligheid Van Het Leven
- Heksen
- Hemelse Belofte
- Herrijzenis Van De Gelovigen
- Het Eeuwigdurend Leven
- Het Effect Van De Dood Van Christus
- Het Geschenk Van Eeuwig Leven
- Het Hiernamaals
- Het Korte Leven Van Christus
- Het Leven Binnengaan
- Het Leven In Overgave
- Het Leven Is In Christus
- Het Leven Kort Gehouden
- Het Leven Van Christus
- Het Leven Van Mozes
- Het Leven Van Paulus
- Het Leven Van Salomo
- Het Leven Veracht
- Het Lichamelijke Leven
- Het Medeleven Van God
- Het Verliezen Van Een Vriend
- Het Water Des Levens
- Hoe Lang Te Leven
- In De Wildernis Leven
- In Het Land Leven
- In Het Licht Leven
- In Zonde Leven
- Je Droom Leven
- Jezus Als Voedsel
- Juist Leven Als Voeding
- Kanker
- Kanker Genezen
- Kansen In Het Leven
- Koningen Dienen
- Laatste Dingen
- Lang Leven
- Lang Leven
- Lang Leven
- Leeftijd, Levensduur
- Leven
- Leven
- Leven Als De Kinderen Van God
- Leven Door Bekering
- Leven Door Christus
- Leven Door Geloof
- Leven Door Liefhebben
- Leven Door Wijsheid
- Leven Door Zich Aan De Wet Te Houden
- Leven En Dood
- Leven En Karakter Van Jacob
- Leven Geliefd
- Leven In Christus
- Leven In Een Materiële Wereld
- Leven Is Tijdelijk
- Leven Met Christus
- Leven Na De Dood
- Leven Niet Ondersteunen
- Leven Ondanks Gods Tegenwoordigheid
- Leven Van Elia
- Leven Van Geloof
- Leven Volgens Gods Woord
- Leven Voor God
- Leven Voor Het Materiële
- Leven Zoeken
- Levend Water
- Levend, Beschrijving Van
- Levende Dingen
- Levende Getuigen
- Levende Zielen
- Levens Van Profeten
- Levensadem
- Levensbloed
- Levensboom
- Levensdoel
- Levensdoel
- Levensduur
- Levenservaring
- Levenslang
- Levensstijlen
- Levensverwachting Na De Zondvloed
- Levensverwachting Vandaag
- Levensverwachting Voor De Zondvloed
- Liefde Vinden
- Medeleven
- Menselijk Leven
- Mensen Die Levende Mensen Dragen
- Mensen Uit Je Leven Verwijderen
- Moe Van Het Leven
- Natuurlijk Leven
- Natuurlijke Dood
- Niet Sterven
- Niet Voor Het Materiële Leven
- Nieuw Leven
- Onberispelijkheid In Christelijk Leven
- Ongeloof En Leven Van Geloof
- Onvervaagd Leven
- Onze Herrijzenis
- Oorsprong Van Spiritueel Leven
- Oprechtheid In Christelijk Leven
- Overgave
- Overlevenden Bedreigd
- Overlevenden Bevoordeeld
- Overlevenden Van Israël
- Overlevenden Van Naties
- Overlevenden Vernietigd
- Pad Van Het Leven
- Prinsdommen
- Prioriteiten In Het Leven
- Rechtvaardigheid Als Geloof
- Risico
- Rivier Van Het Leven
- Samenleven
- Seizoenen Van Het Leven
- Smart In Het Leven Van Christenen
- Sociaal Leven
- Soorten Levende Dingen
- Spiritueel Dood
- Spiritueel Leven
- Spiritueel Leven Beschreven Door
- Spiritueel Leven Onderhouden Door
- Spirituele Dood
- Sterfte
- Sterven
- Stralende Levens
- Tijdens Het Leven
- Troosteloze Levens
- Uit Zichzelf Geven
- Uitbundig Leven
- Universalisme
- Verder Leven
- Verlies Van Een Geliefde
- Verlossing In Het Dagelijks Leven
- Vervanging
- Verzoening
- Voorbeelden Van Leven In De Geest
- Vrede In het Christelijk Leven
- Water Als Symbool Van Leven
- We Leven Met God
- Wederopleving
- Weer Opleven
- Werk Van De Wet
- Woede In Het Leven Van Een Christen
- Zegeningen En Voorspoed
- Zekerheid In Het Leven Van Geloof
- Zelfontkenning
- Zichzelf In Leven Houden
- Zo Lang Als Het Leven Duurt
- Zonde Veroorzaakt Dood